Komende wedstrijd
Einde seizoen




Vorig Seizoen
Voorbeschouwing
Programma en stand
Laatste wedstrijd
Zondag 4 mei 2008
De Goffert



Fotoverslag
Nabeschouwing
De Media
Statistieken
Updates Bekerfinale
Zondag 27 april 2008
De Kuip



Foto's Bestellen
Foto's Laatste Training
De Busreis
Voor de wedstrijd
De Wedstrijd
Na Afloop
Sfeerreportage
Nabeschouwing
De Media
Statistieken
Laatste Nieuws
Roda JC-Headliner

Nostalgie: Van flying tackles tot distelvinken


Door Bert Nederhof

Gepubliceerd op 22 augustus 2007


Exact vijfhonderd officiële wedstrijden speelde Gène Hanssen (48) voor Roda JC, waarin hij uitgroeide tot volksheld in Limburg. Niet doordat hij een stijlvolle stylist was, integentegendeel. Maar met zijn angstaanjaagde uiterlijk, zijn tomeloze inzet en onverwoestbare mentaliteit was de mijnwerkerszoon het gezicht van de club. En ook ook buiten het voetbal was Hanssen bepaald niet kleurloos.
Het bonte levensverhaal van Mister Roda JC.

Trots leidt Gène Hanssen ons door zijn fraaie tuin in het Duitse dorpje Teveren, net over de grens bij Landgraaf. Niet eens zo lang geleden lag hier nog een weiland, Hanssen heeft er eigenhandig een prachtig parkje van gemaakt, met onder meer twee vijvers voor zijn koikarpers en een volière voor zijn distelvinken. Die vogeltjes kweken vormt buiten het voetbal nu zijn grootste passie.'Dat heb ik van mijn vader. Het is geen gemakkelijke hobby, als je geluk hebt kweek je er misschien tien, vijftien per jaar. Dan moet je hopen dat het mannetje het doet. Distelvinken kunnen echt fantastisch fluiten. In Spanje steken ze bij die diertjes hun ogen uit, waardoor ze nóg mooier fluiten. Verschrikkelijk vind ik dat.'

Hanssen heeft na een uiterst turbulent leven rust gevonden in Teveren, waar hij inmiddels zeven jaar woont. Hoewel, rust... 'Ik werk als metselaar in België, ik ga elke dag even na vijven de deur uit en ben 's avonds weer om zes uur thuis. Daarnaast train ik nog de zondagderdeklasser MSP'03 uit Heerlen en werk ik vaak in de tuin. Maar als ik thuis ben, dan heb ik echt rust. Doordat ik elke dag om vijf uur opsta, ben ik ook in het weekeinde vroeg wakker. Dan ga ik in mijn tuin zitten en luister naar de vogeltjes. Zit ik in mijn eentje te genieten. Heerlijk. Qua geld ben ik geen miljonair, maar wél als mens.'

Gène Hanssen is een mijnwerkerszoon. Hij groeit op in Landgraaf met zijn ouders en zijn twee jaar oudere zus. 'Mijn vader heeft bijna dertig jaar in de mijn gewerkt. Ik heb zijn mentaliteit geërfd. Ik heb een schitterende jeugd gehad, ben nooit wat tekort gekomen.

Er is ook nooit ruzie geweest in ons gezin. Mijn vader moest stoppen in de mijn vanwege stoflongen. Hij is nu 75 en probeert nog zo veel mogelijk van het leven te genieten in zijn karretje. Mijn moeder leeft ook nog, hoewel ze twee keer een hartinfarct en een hersen¬infarct heeft gehad en er een borst bij haar is afgezet. Maar ze klaagt nooit, heeft overal nog plezier in, ongelooflijk. Mijn ouders zijn altijd alles voor me geweest. In de vijftien jaar dat ik bij Roda speelde, stonden ze bij elke thuiswedstrijd altijd om één uur op dezelfde plaats op de overdekte staantribune op Kaalheide. Dan ging ik ze altijd even gedag zeggen.'
Hanssen begint met voetbal¬len bij Waubachse Boys. Later speelt hij voor Sylvia, waar hij op zijn veertiende al in het eerste elftal komt. Twee jaar later trekt Roda hem aan. 'Ik debuteerde op mijn achttiende als rechtsback, in een bekerduel met Ajax.

Ik speelde tegen Simon Tahamata en dat ging prima. Kort daarna kreeg ik een basisplaats. Eerst meestal als stopper, later als verdedigen¬de middenvelder en de laatste acht, negen jaar als laatste man. In die vijftien seizoenen heb ik hooguit vijftien wedstrijden gemist door schorsingen en blessures.'

In al die jaren gaat Hanssen maar twee keer vroegtijdig naar de kant. 'Ik had in de rust eens een grote mond tegen trainer Adrie Koster', weet hij nog goed. 'Ik was het niet met hem eens en werd gewisseld. En de tweede keer haalde ik het einde niet door kramp. Voor de rest heb ik altijd in de basis ge¬staan. Toch niet slecht, in vijfhonderd wedstrijden.' Zijn eerste trainer bij Roda JC is Bert Jacobs.'Samen met Huub Stevens de beste die ik ooit heb meegemaakt. Die twee waren keihard en daar hou ik van, die lagen mij aan het hart. Jacobs deed ook overal aan mee. Op maandag gingen we altijd met een man of tien, twaalf uit eten, dan de sauna in en daarna op stap. Vaak tot zeven uur's morgens. Jacobs was daar ook altijd bij. Soms pakte hij een micro¬foon en ging staan zingen. Maar om tien uur trainden we gewoon weer. Jacobs zei je altijd alles recht in de bek. Ik had veel respect voor die man. Ik was er kapot van toen ik hoorde dat hij was overleden.'

De kracht van Stevens was dat hij er een echte familie van maakte', vervolgt Hanssen. 'Hij maakte iedereen belangrijk, ook de mevrouw die het eten klaar¬ maakte en die de was deed.Maar hij kon ook meedogenloos zijn.

We hadden eens bij Den Bosch verloren na een slechte wedstrijd en moesten na terugkeer in Kerkrade meteen gaan trainen. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Lopen, lopen, lopen, tot je een ons woog. En na afloop zei Huub: "Zo jongens, dit staatje weer te wachten als je verliest zonder alles te geven". Dat gebeurde dus nooit meer. Het heeft mij nooit verbaasd dat Huub een toptrainer is geworden.' Adrie Koster was een heel ander type. Die lag mij minder. Ik heb hem eens gezegd dat we nou toch eens écht moesten gaan trainen, omdat ik al drie dagen mijn shirt na de training droog kon ophangen. Daar had hij ook begrip voor. Zoals met alle andere trainers heb ik nooit problemen met Koster gehad. Met Rob Baan ging ik bijvoorbeeld een keer vissen en ook met Rob Jacobs, Jan Reker en Frans Kórver kon ik heel goed opschieten.'

Toch beleeft Hanssen, die al snel aanvoerder wordt, een merk¬waardig akkefietje met Kórver: 'Ik kwam altijd op voor mijn spelers, niet voor mijn trainers. Kijk, als ik verloor, dan verloor ik als Roda. Met z'n allen. Na een nederlaag zei Kórver eens dat we moesten gaan lopen. Prima, zei ik, maar dan loop jij ook mee, trainer.
Hij begreep dat niet, waarop ik zei: Jij hebt toch ook verloren? Dat werd een hele discussie, maar uiteindelijk wilde Kórver niet meelopen. Ik weet niet wat de andere jongens doen, maar dan loop ik ook niet, reageerde ik. Mooi dat alle spelers ook weigerden. Prettig om te weten dat alle spelers achter mij stonden. Die dag hebben we dan ook helemaal niet gelopen.'

Aan Reker bewaart Hanssen warme herinneringen. 'In de bus naar de uitwedstrijden kaartte ik altijd met Jan tegen Fons Groenendijk en Michel Boerebach. Op de heenweg wonnen we altijd, maar op de terugweg verloren we steeds. Dan had jan na afloop van de wedstrijd flink wat jonge klare gedronken en zag hij het niet meer zo scherp. Een schitterend mens, Jan, en ook een heel goeie trainer. Hij maakte van mij een verdedi¬gende middenvelder. In die tijd was er zelfs belangstelling van Saint-Etienne. Maar Reker wilde me niet laten gaan. Ik had daar niet zo'n moeite mee, ik heb vijftien jaar plezier gehad bij Roda.' Als Hanssen zich in 1978 bij de selectie van Roda JC voegt, treft hij een van de sterkste spelersgroepen uit de geschiedenis van de club aan. Onder anderen jan Jongbloed, Dick Nanninga, Pierre Vermeulen, Steen Ziegler, Theo de Jong, Leo Ehlen en Jens Kolding maken deel uit van het elftal. 'Toen ik kwam, was Gerard van der Lem net weg. De beste voorhoede uit de geschiedenis van Roda was Van der Lem-Nanninga-Vermeulen. Echt een fantastisch trio. Later heb ik ook nog met René Hofman als rechtsbuiten gespeeld, die had de mooiste voorzet van Nederland. En Nanninga kopte harder dan een ander kon schieten. Op de training kopte hij alle ballen er als een raket in. Ik heb nooit meer zoiets gezien. En voor de goal was Dick een beest, hè. Ach, ik heb met zo veel goede spelers samengespeeld. Leo Ehlen, Michel Boerebach, Martin van Geel, noem maar op. De meest technische van allemaal was Jens Kolding. Wat die kon in de zaal... Al zette je hem in een zaalteam samen met vier blinden, dan nóg zou hij winnen.'

Een van de meest legendarische duels uit de carrière van Hanssen is de kwartfinale voor het Europa Cup 11-toernooi op 15 maart 1989 tegen Sredets. In Sofia winnen de Bulgaren, met de droomvoorhoede Kostadinov-Penev¬Stoitchkov met 2-1. Op Kaalheide komt Roda met 2-0 voor. 'We speelden echt fantastisch, maar door een fout van Boerebach werd het 2-1 en moesten strafschoppen de beslissing brengen. En juist Michel was de beste man van het veld. De penalty's namen de Bulgaren beter, Fons Groenendijk en Michel misten er allebei eentje. Zó zonde. In de volgende ronde lootte Sredets tegen Barcelona. Wat had ik daar graag tegen gespeeld.'

Hanssen speelt ook tegen legendarische voetballers: 'Dennis Bergkamp bijvoorbeeld. Ik stond in het centrum met Mark Luijpers, net als ik geen langzame jongen. Maar voor de zekerheid speelde ik er wel drie meter achter. Op een gegeven moment kreeg Bergkamp de bal en hij was ineens weg met een actie die niet met het blote oog was te volgen. Luijpers en ik keken elkaar aan met een blik van: Dit kan toch niet wáár zijn. Maar de moeilijkste tegenstander die ik ooit heb gehad was Chris Riemens.Bij PEC Zwolle speelde hij me helemaal wezenloos. Ik ken nu elke hoek van het stadion van PEC, want hij heeft ze me allemaal laten zien. Het gekke is dat ik met Romario nooit problemen had. Die had angst voor me, terwijl ik 'm toch nooit heb geschopt. In totaal heb ik een wed¬strijd of tien tegen hem gespeeld, maar tegen mij heeft-ie nooit gescoord. Ik heb ook nog tegen Johan Cruijff gespeeld, Marco van Bas¬ten, Ruud Gullit, noem maar op. Als Gullit die turbo aanzette, poeh...'

Tijdens zijn Roda-periode ondergaat Hanssen vijf operaties. 'Maar ik was steeds na twee weken weer terug', meldt hij trots. 'Ik werd telkens geholpen door dokter Van den Hoogenband, die nu nog steeds clubarts van PSV is. In zijn boek heeft hij geschreven dat een blessure heelt tussen de oren. Iedereen moest maar eens een voorbeeld nemen aan Gène Hanssen. Ik wilde nu eenmaal hoe dan ook voetballen. Zo was ik eens geopereerd aan een slijmbeursontsteking. Tien dagen later belde ik Van den Hoogenband op een zondag¬morgen dat hij de hechtingen eruit moest halen, want ik wilde's middags voetballen. "Je bent niet goed wijs", zei hij. Maar hij kwam wél en ik speelde die middag ook.' Al die jaren had Roda steeds een heel hechte groep die ook iets voor anderen deed', vervolgt Hanssen. 'Een voorbeeld. Ik was vorige week bij de oefenwedstrijd Schaesberg-Roda JC. Daar zat een aantal gehandicapten in een karretje langs de kant. In mijn tijd gingen we daar altijd heen, even een praatje praten. Vaste prik. Maar de spelers van nu liepen er gewoon langs. Dat begrijp ik dan niet.'

Door zijn nogal uitbundige levensstijl komt Hanssen op een dag in de problemen: 'Bij een discotheek stond ik voor de deur. Er was een ruzie aan de gang, maar daar had ik niks mee te maken. Kwam ineens de uitsmijter op me af, die dacht dat ik die ruzie had veroorzaakt en hij sloeg me zomaar ineens op mijn bek. Had-ie beter niet kunnen doen... Bij mij sloegen de stoppen door, ik weet niet eens meer wat er is gebeurd. Maar ik kreeg wel een jaar voorwaardelijk wegens mishandeling. Ach, dat is alweer bijna dertig jaar geleden.'

Gène Hanssen bouwt de reputatie op van een keiharde verdediger die niemand ontziet. Dat imago wordt versterkt door zijn uiterlijk: hij heeft enkele forse tatoeages ('Ik vond het gewoon leuk die te laten zetten') en een niet al te groot (1 meter 75) maar uiterst gespierd lichaam. Hij heeft wel iets van Jerommeke uit Suske en Wiske. Toch ontvangt hij in vijftien jaar slechts vijftien gele en twee rode kaarten. 'Ik was wel hard, maar probeerde altijd iemand op een faire manier uit te schakelen. En twee rode kaarten kreeg ik niet eens direct de bekerfinale van 1988, die we met 3-2 ve: ren van PSV, had ik al een gele kaart toen ik dat de bal niet goed lag bij een penalty v PSV. Scheidsrechter Chris Verhoef gaf meteen een tweede gele kaart. Erg zuur, ze omdat Ronald Koeman die strafschop op paal schoot. Tegen FC Utrecht kreeg ik e van Roelof Luinge twee keer geel. Dat zal terecht geweest zijn, want ik vond Luinge goede scheidsrechter. Ik heb later nog Japan, België en Duitsland gevoetbald en dat moment ben ik pas gaan beseffen hoe g( onze scheidsrechters waren. Dick Jol is i steeds uitstekend en Ignace van Swieten vc ik een juweel. Hij kwam wel eens bij me en dan: 'Ach, laat me je eens even knuffel Zo was hij nou eenmaal. Heel spijtig dat hi dood is. 'Gène Hanssen krijgt in de loop der tijd een diep respect voor Nol Hendriks, de geldschieter van Roda met een neusje voor talent. 'Nol lette er ook altijd op of een speler bij de groep paste. Wij waren heel normale jongens we hadden nooit buitenbeentjes. Edwin Gorter had een grote mond, maar hij luisterde wel naar ons. Mario Been had ook een grote mond, maar die liet zich niets vertellen. Nol heeft misschien tweehonderd aankopen gedaan en daar zat maar één miskoop tussen: Been. Met alle respect, Mario kon goed voetballen maar hij paste gewoon niet ons. Hij was ook zo weer weg,
Toen Nol John van Loen haalde, dacht ik bij mezelf: Wat moeten we dáár nou mee? Maar van Loen deed het fantastisch bij ons en werd weer met heel veel winst verkocht.'

Na vijftien jaar trouwe dienst krijgt Hanssen in 1993 op 34-jarige leeftijd, een aantrekkelijke transfer: Hij gaat naar het Japanse Verdy Kawasaki. 'Dat ging via Frans van Balkom, een Nederlander die er hulptrainer was. Voordat ik tekende, liet hij me de accommoda zien. Ik wist niet wat ik zag, alles even groot modern, en er trainden zeker tweehonderd kinderen, allemaal in hetzelfde tenue. Ik heb voor een jaar getekend, maar ben maar 8 maanden gebleven. Als ik toen mijn huidige vriendin al had gehad, was ik er wel vijf jaar gebleven. Maar mijn toenmalige vrouw kon daar niet aarden en mijn kinderen verveelden zich dood. Ik heb ze na twee weken al naar huis gestuurd.'

De eerste twee duels, met Hanssen op het middenveld, verliest Kawasaki kansloos. 'Ik heb tegen Van Balkom gezegd dat de trainer me laatste man moest zetten. Dat gebeurde en sindsdien verloren we geen wedstrijd meer in de eerste competitiehelft. Ons stadion zat ook elke keer helemaal vol met 65 duizend man en ik heb er nooit ook maar één relletje meege¬maakt. Ik schoof vaak in en peerde er in vier wedstrijden drie in het kruisje. Vanaf dat moment kreeg ik van de twee grote jongens, de Japanner Kazu die later naar Italië is gegaan, en van de Brazliaan Ramos geen bal meer. Die waren zeker jaloers. Ik heb tegen het bestuur gezegd dat die twee moesten veranderen. Dat wilde het bestuur niet, ze vonden dat ik beter kon weggaan. Ik kreeg wel keurig mijn salaris over een heel jaar betaald, zelfs de premies die ik nog had kunnen verdienen. Dat geld legden ze contant op tafel. Maar ik heb ze toch maar vriendelijk gevraagd het naar mijn bank over te maken. Dat hebben ze netjes gedaan. Qua respect en vriendelijkheid bestaat er geen beter land dan Japan. Echt ongelooflijk. Toen ik daar vertrok heb ik in de media als reden opgegeven dat ik heimwee had. Dat was hele¬maal niet waar, maar ik wilde de club niet in diskrediet brengen. Want ik was er ontzettend goed behandeld.' Eenmaal terug in Nederland, kan hij met¬een terecht bij VVV dat op dat moment in de Eredivisie uitkomt. Hij treft er Frans Kórver opnieuw als trainer. 'Hij was plotseling heel anders. Bij Roda vond hij dat alleen de spelers verloren, nu stond hij midden in de groep. We degradeerden weliswaar, maar ik heb een fantastisch jaar meegemaakt in Venlo. Daarna heb ik nog bijna twee seizoenen bij Lommel gespeeld in België. Ook daar heb ik een leuke tijd gehad, zeker toen Vic Hermans er nog trainer was.'

Zijn huwelijk loopt intussen op de klippen. 'Het ging gewoon niet meer. Het had misschien ook met mijn manier van leven te maken, ik was altijd weg. Het was vooral vervelend voor onze twee kinderen, maar ik heb altijd een goed contact met ze gehouden. En sinds ik gescheiden ben, kan ik weer goed opschieten met mijn ex-vrouw. Ik ga nu nooit meer op stap. Alleen als mijn vriendin, met wie ik nu een jaar of zeven samen ben, erbij is. Ik ben een stuk rustiger geworden.'

In 1996 kan Hanssen, inmiddels 37 jaar, aan de slag bij Germania Teveren dat uitkomt in de Regionalliga, het derde betaalde niveau in Duitsland. 'Ik kwam daar terecht via Michel Haan, ook een oud-speler van Roda, net als Pierre Blattler, die er laatste man speelde. Pierre raakte geblesseerd, ze zochten een vervanger. Haan zei tegen de trainer dat hij wel iemand wist en kwam met mij op de proppen. Op de eerste training liep ik me een ongeluk, maar ik hield vol en kreeg een contract.' Op een dag krijgt hij na een nederlaag ruzie met de trainer: 'Op de training schold hij ons helemaal verrot. Dat vond ik al ongepast. En even later schopte hij een zeventienjarige jongen vol van achteren. Ik heb toen de bal gepakt en tegen die trainer gezegd: "Een jongen van zeventien is niet schuldig aan die nederlaag, dat zijn wij, de ouderen". Ik heb daarop die bal neergelegd en hem gezegd dat ¬ie mij dan maar zo'n schop moest geven. Maar ik zei er wél bij dat ik hem dan de kantine in zou slaan. Want zo'n schop getuigt natuurlijk van geen enkel respect. Daar had hij geen antwoord op en ik stond er een week of drie naast. Maar daarna werd hij ontslagen en kwam ik weer terug in de ploeg. In totaal heb ik met veel plezier vijf jaar bij Teveren gespeeld, waarvan de laatste drie in de Oberliga. Ik was intussen al 42. In die periode heb ik bij Teveren mijn huidige vriendin ontmoet, in de kantine. Daarna heb ik nog een jaar bij EHC in de Hoofdklasse gespeeld en een seizoen bij mijn oude club Waubachse Boys in de Vierde Klasse. Dat jaar heb ik zó ontzettend veel plezier gehad. Ik speelde in de spits en werd nog topscorer óók. Tot slot heb ik nog een jaar gevoetbald bij UOW dat was gefuseerd met Waubachse Boys, in de Derde Klasse. En pas op, hè, altijd in het eerste. Op dat moment was ik 44 en ben ik definitief gestopt. Ik heb nu wel genoeg balletjes geraakt in mijn leven.'

Uit: VI 34, 22 augustus 2007
Foto’s: ANP, Voetbal International en Marcel van Hoorn


 

 

 

Meld je nu aan!