Peter de Wit: ‘Ik heb een verrekte hekel aan moeten’
Door Cees van Cuilenborg
Gepubliceerd op 9 februari 1976
Het is op een koude dinsdagavond een heel gezoek om de woning van Peter de Wit te achterhalen. Aangezien de Voorsterstraat in Bleijerheide wordt overheerst door drie uit de kluiten gewassen flatgebouwen, komt het niet bij deze schrijver op om Peters domicilie elders te verwachten. Een voetbalprof en een keurig flatje, dat hoort immers bij elkaar. Na het eindeloos bestuderen van naambordjes in tochtige flat-entrees, wordt Peter verderop in genoemde straat gevonden. Hij blijkt in zijn eentje een zeefdrukkerij te bewonen. De eigenlijke bedrijfsruimte is ook z’n gepachte eigendom, maar waar vroeger de drukpers ratelde, is het nu leeg en vooral koud. Aan een drooglijn bungelt een trainingsjack en in een hoekje staat een butagasstel functioneel te wezen. Vrijgezel Peter de Wit heeft z’n leefterritorium beperkt tot de kantoorruimte. Met rechts een bed, links de platenspeler en verder een kachel, een tafel, wat stoelen en vooral veel kleur. Het boek “Vrouwen en waanzin” van Phillis Chester ligt opengeslagen op de grond, evenals de Volkskrant van die ochtend. Ziedaar de situering van Peter de Wits dagelijkse omgeving. Later in dit indringende gesprek zal hij verkondingen zich zeker geen kluizenaar te vinden. Toch lijkt het er verdacht veel op. Hij vult z’n dagen vooral in eenzaamheid en heeft lezen en piekeren tot z’n belangrijkste bezigheden uitgeroepen. Naast voetballen uiteraard, want hoe Peter de Wit zich ook zal afzetten tegen de macht van deze prestatiemaatschappij; ’s zondags wenst hij verdomd graag te winnen. Die inconsequentie kan hij ook niet goed verklaren, maar dat hoort u straks wel. Eerst een nadere kennismaking met Peter de Wit.
Al op 16-jarige leeftijd heette hij een voetbaltalent. Peter voetbalde bij het Zaanse ZFC en vandaar schopte hij het tot in het Nederlands Uefa Elftal. De plotselinge dood van zijn vader en de daarop volgende wens van zijn moeder om terug te keren naar Eindhoven bracht Peter bij PSV. Hij meldde zich daar zelf aan. Vier jaar lang speelde hij bij de reserves van Philips, met allengs meer tegenzin. Peter verweet toenmalige trainer Kurt Linder, dat hij totaal geen interesse voor de reserves toonde. Peter: “Toch ben ik er altijd van overtuigd geweest, dat ik over bepaalde kwaliteiten beschikte. Ik kon dat bij PSV onvoldoende bewijzen. Maar als ik een kans had gekregen, dan speelde nu rechtsachter bij PSV in het eerste elftal. Daar ben ik van overtuigd.
Het was tenslotte Sjaak Koole, die de van tegenzin inmiddels als een tonnetje zo rond gegroeide Peter van de PSV-reserves overhevelde naar Roda JC. Peter de Wit: “Die vier jaar in Eindhoven hebben me op voetbalgebied misschien niet veel geleerd, maar ze zijn voor mijn verdere ontwikkeling bijzonder waardevol geweest. Mijn moeder was bij een andere man gaan wonen en ik kwam in een pleeggezin terecht. Dat heeft een bepaalde geestelijke verandering bij mij teweeggebracht, waar ik nu nog erg dankbaar voor ben. Ik kwam met een heel ander milieu in contact; ik heb in die tijd geleerd over bepaalde dingen in het leven na te denken.”
Na een eerste succesvol jaar bij Roda JC (promotie naar de eredivisie), kwam er door blessures opnieuw klad in. Er volgde vorig jaar zelfs een meniscusoperatie. Dit seizoen nadert hij eindelijk de norm, die hij voor zichzelf heeft aangelegd. Peter de Wit: “Ik ben nu 25 jaar en ik heb heel wat jaren verloren laten gaan. Maar nu nader ik toch eindelijk het niveau, zoals ik met dat al heel jong had voorgesteld. Ik ken mezelf goed genoeg om te weten dat ik niet genoeg ben voor de top, maar ik blijf erbij dat ik meer kan dat de gemiddelde eredivisiespeler. Al op 16-jarige leeftijd was ik dat grote talent, misschien kan ik er nu eindelijk iets van waarmaken. Maar ik wil in de eerste plaats proberen een positieve bijdrage aan het voetballen te leveren. Ik wil de vrijheid hebben om creatief te kunnen zijn. Ik ben een offensieve achterspeler, die dadendrang moet een trainer mij niet ontnemen. Ik moet wel eens strikt binnen de opdrachten spelen, maar dat moet geen paar weken zo duren. Dan verzet ik me daartegen. Fysiek kan ik het heel goed opbrengen om constant in beweging te zijn. Ik ben atletisch gebouwd. “
’s ochtends
Peter de Wit: “Ik sta altijd vroeg op. Ja, behalve op de maandagochtend. Dan kom ik niet voor 11 uur mijn nest uit. Dan ben ik fysiek nog helemaal kapot. Van de wedstrijd van gisteren en van het stappen; de ontlading. Maar normaal gesproken ben ik vroeg op om mijn eigen potje klaar te maken. Ik doe dat op mij gemak, zoals ik overal graag de tijd voor neem. Ik eet wat en lees de Volkskrant. Er is in mijndagen een bepaalde regelmaat. Ik wil alles zo bewust mogelijk beleven. Behalve op de vrije woensdag of zaterdag. Dan onderneem ik niks. Dan laat ik alles gewoon op mij afkomen. Op een gewone dag ga ik ’s ochtends naar het stadion om te trainen. We zijn dan met acht of negen man. We nemen dan vooral individuele zaken door. Monotoon? Ik doe het me beleving. Ik heb het vermogen constant bezig te zijn met het werken aan mijn tekortkomingen. Voetbal is vrij simpel, maar je kunt er heel wat bij prakkiseren. Ik heb uit vrije wil voor een aantal jaren voetbal gekozen en dan wil ik het ook zo bewust mogelijk beleven. Ik ben erg leergierig. Niet alleen op voetbalgebied. Ook een boek lees ik heel bewust.
Ik beschik over veel vrije tijd, ja. Maar dat hoeft de maatschappij mij niet kwalijk te nemen. Het is mijn eigen vrije keus. Ik voetbal en ik onderwijs mezelf. Verder niets. Ik verzet met hevig tegen de druk van de maatschappij, die zegt dat ik moet gaan studeren of werken voor halve dagen. Omdat er na het voetbal andere tijden komen. Nou, dat verdom ik gewoon. Ik doe het zoals ik het zelf gewild heb. Als ik ooit een meisje krijg dan zal ik proberen die visie over te brengen. Ik heb verrekte hekel aan ‘moeten`. Dat bleek wel in dienst, ik was een echte agitator. Veel in de bak gezeten en zo. Ik laat me niet iets opdringen. Ik geniet van de wijze waarop ik momenteel leef. Ik weet het, dat is straks afgelopen. Daarom beleef ik het nu zo intens mogelijk allemaal. Ik heb de tijd om te leven en ik werk in de vrije natuur. Wat kan ik me beter wensen. Ik voel aan, dat ik anders ben dan de meeste spelers uit de Roda-groep. Ik vind mezelf een doordenker. Toch heb ik het vermogen om me binnden de groep collectief op te stellen. Ja inderdaad, binnen dat geheel doe ik concessies. Daar sta ik zelf ook wel eens van te ijken. Dat frappeert me, ja. Ik ben dus kennelijk toch wel verdraagzaam. Misschien komt die verdraagzaamheid voort uit het feit dat mijn jeugd ideeaal –profvoetballer - werkelijkheid is geworden. De tevredenheid daarover stelt me kennelijk in staat tot een collectieve opstelling binnen de groep. Ik heb in de voetballerijk ook geen enkele reden om te ageren. Het is allemaal mijn eigen vrije wil. Ik hoef niet als ik perse niet wil.
’s Middags
Tussen de middag ga ik weer in mijn eentje naar huis. Nee, er is geen sociaal contact binnen de groep in de zin dat ik met een van de andere jongens mee naar huis ga. Ik ga wat boodschappen halen en ik eet in mijn eentje. Ik kan heel goed alleen zijn. Hoewel…. Zo af en toe komt alles op me af. Ik ga niet zo vaak op stap, maar op zondagavond moet ik eruit. Dan kan het gebeuren dat ik lazarus wordt of dat ze me onder een barkruk vinden. Ja, mag ik alsjeblieft? Ik ben door mijn leefwijze eigenlijk de hele week in de verleiding om er een rotzooitje van te trappen. Maar ik ga van een bepaalde zelfdiscipline uit. Het is voor mij in deze mooie jaren pompen of verzuipen. Ik wil me niet vergooien. Ik heb een grote mate van zelfkritiek. Ik draai een plaatje, ik lees een boek en ik denk na. Nee, ik voel niet de behoefte om op dit moment getrouwd te willen zijn. Het zou moeten kloppen met mijn levensvisie. Zo niet? Basta dan! Toch mis ik wel eens een bepaalde genegenheid. Emotioneel heb ik daar soms moeite mee. Maar dat laat ik nooit blijken. Het is genoeg voor me als de mensen een beetje aardig me zijn. Nee, ik heb hier in Kerkrade geen vrienden. Dat zal ook aan mij liggen. Ik hou iedereen toch een beetje op afstand. Ik heb een vriend en een paar goede kennissen in Eindhoven. Daar rijd ik wel eens naar toe.
Om half vier begint de middagtraining bij Roda. Ik ben er meestal al veel eerder. Ik doe alles graag op mijn gemak. Het liefst zou ik een half uur eerder al met de bal naar buiten gaan, maar ja, daar heb je andere voor nodig. Het is prettig trainen ’s middags, omdat dan de hele groep er is. Er is een goede onderlinge sfeer, er wordt veel gelachen. Er wordt ook wel over serieuze zaken gesproken. De VVCS bijvoorbeeld. In dat opzicht hebben we aan Jos Dijkstra een goed aanvoerder. Als puntje bij paaltje komt, dan is hij er. Dat respecteer ik in hem. Wij hebben ook een spelersraad, ja. Toch ligt dat moeilijk. Ik heb Piet Keizer eens horen zeggen dat de uiteenlopende individuele kwaliteiten het voor een spelersraad bijna onmogelijk maken om de belangen van alle spelers te behartigen. Ik geloof dat daar veel waarheid in schuilt.
Dat is gek, hé, ik heb er alle begrip voor dat de ‘mensen zich afzetten tegen het moeten presteren’, maar als ik ’s zondags die stadionpoort zie dan ben ik zelf weer helemaal in de greep van de voetbalmacht. Ik kan me heel goed voorstellen dat de mensen na een week van het verplicht presteren ’s zondags in het bos gaan wandelen. En als ze dan tóch naar het stadion komen, dan ligt er een taak voor ons. Een heleboel mensen hier in Limburg hebben het verschrikkelijk moeilijk, werkeloosheid en zo. Dan ben ik verplicht om ’s zondags via heel hard werken te proberen die mensen ontspanning te brengen. Meer kan ik niet doen. Die werkeloosheid is tenslotte niet mijn schuld. Je kunt hoogstens je manier van spelen aanpassen aan de smaak van de mensen. Ze willen spektakelvoetbal zien, met toestanden voor het doel. Daarom kan ik mij heel goed verenigingen met onze speelwijze, als is het niet altijd even doelmatig. Het is het enige wat ik voor al die mensen kan doen. Of ik daar wel eens met andere jongens over praat? Dan loop ik een beste kans voor mijn kop te worden geslagen. Het is een kapitalistisch systeempje binnen die voetballerij. De meeste voetballers denken eerst aan zichzelf. Money, money! Om de mentaliteit te veranderen, moet je bij de jeugd beginnen. Daar moet je steeds benadrukken, dat profvoetbal voor het publiek wordt gespeeld. Beseffen veel profvoetballers wel in welke bevoorrechte sociale situatie ze zich bevinden? Het publiek betaalt mijn bestaan. Daarom mogen ze kritiek hebben als ik een klote wedstrijd speel.
’s Avonds
Ik eet thuis een stukje vlees en wat groente. En ik een rust een beetje. Nee Roda maakt zich geen zorgen over mijn leefwijze en mijn eetgewoontes. Ja, vroeger wel. Toen zijn ze wel 4 of 5 keer hier bij me geweest omdat ik in een bar in de stad gesignaleerd zou zijn. Ach, dat is allemaal verleden tijd. Het criterium blijft toch je prestatie. Wie maakt mij wat als ik ’s zondags een dijk van een wedstrijd speel? En wie controleert of ik thuis niet een paar pilsjes pak? Die zondagavond is geen punt. Ja Jezus, als dat niet eens meer zou mogen. Ik leef op mijn eigen wijze naar de wedstrijd van zondag toe. Die zaterdag is voor mij sowieso een verloren dag. Ik lummel thuis wat rond, ik kijk naar het Duitse voetbal op de tv, ik pak een bioscoopje en soms ga ik op zaterdagavond wel eens een thuiswedstrijd van Philips kijken. En ’s zondags speel je om te winnen. Ik weet het, voor mijn gevoel doe ik dan iets inconsequent. Maar ik heb er geen afstand van kunnen nemen. Ik maak me geil voor het winnen. Bij het voetbal gaat het om prestaties. Als je prestaties levert dan ben je minder kwetsbaar. Dan kun je iets veroorloven. Iemand die grote prestaties levert of over veel kennis beschikt, kan op die manier misbruik maken van zijn onkwetsbare positie. Angstige gedachte, hoor. Ik probeer zo normaal mogelijk te blijven functioneren. Ik zie wel. Ik heb een bepaald risico geaccepteerd door met een semi-prof contract als full-prof te blijven leven. Ik zal van het voetballen beslist geen geld overhouden. Ik heb er ook geen behoefte aan. Ik zou dit bestaan niet willen ruilen voor een oneerlijke job waar ik goed kan verdienen. Ik heb dit geaccepteerd. Ik wil niet anders en ik zeur ook niet meer over geld. Ik heb geen idee wat er met mij gebeurt na mijn voetbaljaren. Ik ben het volstrekt oneens met mensen die beweren dat profvoetballers afstompen. Ik richt me volledig op de maatschappij. Ik weet heel goed wat aan de hand is buiten de voetballerij. Ik pieker veel en graag. Nee, ik zou mezelf beslist geen voetbalkluizenaar willen noemen. Ik ben erg gelukkig dat ik over voldoende tijd beschik om na te denken. Ik probeer mezelf constant te ontleden. Ik wil gewoon erg veel weten.
Het gesprek nadert zijn einde. Peter de Wit is drie uur lang geconcentreerd aan het woord geweest. Het heeft hem zichtbaar vermoeid. Hij zegt: “Ik heb me op dit gesprek voorbereid. Ik heb eens een interview gehad met Frits Barend van Vrij Nederland. Het eerste gesprek ging aardig, maar toen hij de volgende dag terugkwam, kon ik geen woord meer uitbrengen. Ik zat te zweten, vreselijk. Frits is toen maar weggegaan.”
Als we afscheid nemen, zegt Peter: “Bedankt voor de aandacht”.
Uit: VI 7, 9 februari 1976
Foto’s: Tonny Stroucken en Pet van der Klooster
Noot: Dit oude interview is een eerbetoon aan Peter de Wit. In de week van eind juli/begin augustus 2007 overleed Peter de Wit, na een slopende ziekte, op 56-jarige leeftijd. Rodaworld wenst alle nabestaande veel sterkte toe met dit verlies, R.I.P.
|