Positivo Huub Stevens; Ook als trainer moet je jezelf wel eens wegcijferen
Door Richard van Elsacker
Net zeventien jaar was Huub Stevens toen hij zijn vader verloor. Die negatieve gebeurtenis greep hij aan om de goede dingen in het leven voorop te stellen. Als derde kind in een gezin van vijf jongens leerde Stevens daarom al vroeg overleven. De huidige trainer-coach van het opgebloeide Roda JC wil die mentaliteit overbrengen op zijn spelers. Uit elke negatieve levenservaring is een positief aspect te halen, predikt Stevens. “Ik ben altijd open en eerlijk”.
Huub Stevens is een echte Limburger, geboren in Sittard op 29 november 1953 en speelde vele jaren voor Fortuna SC. Zijn directe omgeving raadde hem in 1975 dan ook af om de overstap naar PSV te maken. “Ik zou er als Limburger niet kunnen aarden, dachten ze. Uiteindelijk heb ik er elf succesvolle seizoenen gehad.” Daarna, in 1986, werd Stevens hoofdopleidingen bij de Eindhovense topclub. In maar van dit jaar (1993, Red.rw.) gaf Roda JC hem de mogelijkheid om als hoofdcoach aan de slag te gaan. Stevens stond voor de moeilijke keuze PSV de rug toekeren of terug te keren naar Limburg. “Maar ik zat bij PSV op dood spoor. Ik was teleurgesteld dat ik in al die jaren niet dichter bij het eerste elftal was gekomen. Ik heb mijn ambities nooit onder stoelen of banken gestoken. Ik wilde ook als trainer het hoogste bereiken. Roda JC zag ik daarom als uitdaging”.
Stevens moest er, als opvolger van de ontslagen Adrie Koster, in de eerste instantie voor zorgen dat de Kerkraadse club niet zou degraderen. In die opdracht slaagde hij. Suikeroom Nol Hendriks trok daarop aan het begin van dit seizoen de portemonnee en haalde onder andere Tijani Babangida, Dirk Jan Derksen, Arno Doomernik, Barry van Galen, Marco van Hoogdalem en Arkadiusz Kaliszan naar Kaalheide. De jonge spelersgroep moest het publiek in Kerkrade weer gaan vermaken, voetballen voor het klassement kwam op de tweede plaats. Na een half seizoen is Stevens erin geslaagd beide aspecten te combineren. Roda JC bracht landskampioen Feyenoord de eerste nederlaag van dit seizoen toe en heeft uitzicht op een Europese klassering. “Natuurlijk droom ik van Europees voetbal, maar we moeten wel reëel blijven”, probeert Huub Stevens de successen te relativeren.
Wat heeft u van thuis uit meegekregen?
Huub Stevens: “Het overwinnen, duidelijk en eerlijk zijn. En als je praat over winnen, heb je ook te maken met verliezen. Je moest vroeger knokken voor je bestaan. Bij ons thuis hadden ze het vroeger niet breed. In een mijnwerkersgezin kon dat ook niet en als ik dan zag hoe mijn ouders alles deden om ons toch die opvoeding te geven zoals wij die hebben genoten, dan moet je daar respect voor hebben. Mijn ouders waren ontzettend eerlijk, tegenover elkaar, tegenover de kinderen en naar buiten toe. De twee jongens die na mij zijn geboren waren nog zo jong toen ze hun vader verloren dat ze alle steun van ons moesten krijgen.”
Kon u het verlies van uw vader bevatten?
“Dat moest je wel, want voor ons ging het leven verder. Hoe moeilijk dat ook was te accepteren. Ik vond en vind het nog onrechtvaardig dat hij bij een auto-ongeluk om het leven is gekomen. Wat mijn moeder toen voor ons heeft gedaan is ongelooflijk. Het verlies van mijn vader was een negatieve levenservaring, maar ik heb er van geleerd. Ik heb altijd de positieve aspecten willen zien. Daarom ga ik nu nog altijd uit van het positieve in de mens.”
Heeft u enig idee welk beeld er van u bestaat?
“Jawel, dat heb ik vaak genoeg gehoord of gelezen. Ik heb oordelen over Huub Stevens gelezen waarvan ik zeg: zo ben ik niet. Ik zou hard zijn en alleen de discipline hoog in het vaandel hebben. Maar in en organisatie heeft iedereen zijn eigen taak. Je moet de uitvoering daarvan bewaren. Dat kan wel eens hard overkomen en als daar dan conclusies uit worden getrokken kan ik me dat best voorstellen. Maar ik probeer mezelf te zijn. Ik ben heel bewust met het trainersvak en een spelersgroep bezig. In Nederland krijg je vaak een etiket opgeplakt. Er wordt een beeld geschapen door losse typeringen. Ik heb daar geen moeite geen moeite mee, het zegt me helemaal niets. Ik zou er problemen mee hebben als de jongens met wie ik werk of mijn directe omgeving een bepaald beeld vam me zouden hebben dat niet overeenkomstig is met de werkelijkheid.”
Doet het u pijn als er onwaarheden worden geschreven?
“Nee, dat stadium ben ik gepasseerd. Dat heb je als speler allemaal al meegemaakt. Ik word afgeschilderd als meedogenloos. Inderdaad, als speler maakte ik wel eens een overtreding. Bewust. Maar bij PSV was ik één van de weinige spelers die een keer over de schreef gingen. Als ik bij een club had gespeeld waar meerdere types zoals ik hadden rondgelopen, was mijn speelstijl nooit zo opgevallen. Dus het beeld dat van je bestaat wordt mede ingegeven door je omgeving.”
Stoort u dat?
“Nee, want ik had namelijk de erkenning van de trainers, de spelersgroep en de club. Dat is toch het belangrijkste? In het begin stoorde ik me wel aan de kritiek. Nu niet meer. Het beeld dat van mij bestaat klopt ook niet. Een voorbeeld. Ik moest als hoofdopleidingen bij PSV aan jongetje van tien tot veertien jaar, met de ouders erbij, vertellen dat ze het jaar daarop niet meer aan voetballen zouden toekomen en dat hun toekomst niet bij PSV lag. Dat is niet makkelijk omdat jezelf ook gevoelens hebt. Probeer dan maar eens zo meedogenloos te zijn als wordt beweerd. Natuurlijk heb ook ik emoties, maar ik weet die goed weg te drukken. Dat komt ik op jongere leeftijd tegen teleurstellingen ben aangelopen. Ik gun echt niemand om zijn vader op jonge leeftijd te verliezen, maar je leert dan de waarden van het leven.Ik zag bij mij in de buurt jongens op een nieuwe fiets rijden. Dat konden mijn ouders niet geven. Wij moesten er voor werken. Dat heeft mijn mentaliteit gevormd. Ik verlang dan ook altijd van iedereen maximale inzet.”
U lijkt me niet de makkelijkste trainer van Nederland.
Dat hoeft ook niet. Ik ben zeker niet de makkelijkste, dat weet ik zelf ook wel. Maar iemand die mij goed kent en die met mij werkt mag eigenlijk pas oordelen over hoe ik werkelijk ben. En ik kan ook heel makkelijk zijn.”
Wanneer botst u met andere mensen?
“Als mij iets dwars zit, dan vertel ik dat. Bevalt me iets niet, dan stap ik op betreffende persoon af en maak ik dat kenbaar. Dat kan overkomen als vervelend, onaardig of eigenwijs. Maar alles wat ik doe is in het belang van Roda JC. De mensen die mij nu wat langer kennen weten dat ondertussen.”
In het begin werd er geredeneerd: die Stevens is voor zichzelf bezig.
“Die gedachte heb ik meteen proberen weg te nemen. Ik zal altijd het belang van de club waarvoor ik werk hoger achten dan mijn eigenbelang. In mijn carrière als speler en trainer heb ik geleerd dat je het totale belang van de club goed in de gaten moet houden. Als speler vond ik vaak mijn eigen spel niet zo belangrijk als dat van mijn medespelers. Ik had een taak in het veld. Moest mijn man uitschakelen en organiseren, daardoor konden andere beter functioneren. Dat ging weleens ten koste van mezelf, maar het resultaat van de groep staat voorop. Daar was binnen PSV waardering voor. Ook als trainer moet je jezelf wegcijferen.”
Iedereen denkt aan zichzelf, ook Huub Stevens?
“Natuurlijk denk ik aan mezelf. Mar als het de club goed gaat, gaat het mij ook goed. Je met altijd uitgaan van een ideale situatie, van het goede in de mens.”
Is dat niet naïef?
“Nee. Ik weet heus wel dat niet alles altijd goed en positief is, maar je moet het wel nastreven. Dat is een doelstelling die je jezelf oplegt en dan heb je ook de meeste kans op succes.”
Is bij u alles afgestemd op succes?
“Ja. We leven in een wereld die afhankelijk is van succes, dus dat telt ook voor mij. Alles wat je doe wordt gekoppeld aan succes.”
Dan heeft u momenteel niet te klagen?
“Nee, maar als je tevreden bent met de plaats waarop je nu staat, dan ben je foutief bezig. Je moet naast de resultaten ook kijken naar het spel. Wij hebben bij vlagen echt fantastisch voetbal gespeeld. Aantrekkelijk en attractief, naar het publiek toe hebben we iets bereikt. Maar dat momenten geweest.”
U verwacht een terugslag?
“Ja. We krijgen automatisch een terugslag, omdat we met een hele jonge groep werken, die nog moet leren omgaan met deze nieuwe situatie. Het kan een terugslag in de speelwijze zijn of in de vorm van bepaalde spelers.”
Ook een daling op de ranglijst?
“Kan ook. Waarom niet? Alleen zeg ik: je moet daar de spelers dusdanig bewust van maken dat ze daarmee weten om te gaan. Dat is een leerproces. Vorig seizoen kregen de spelers te maken met degradatievoetbal, dat was niet makkelijk. Nu moeten ze omgaan met een andere benadering. Daarom krijgen we een terugval. Op zeker.”
Dat is de trainer die zich indekt.
“Nee, want ik vind dat die terugslag nooit langdurig mag zijn. Ik hoef me niet in te dekken, want de doelstelling dit seizoen is om het publiek te vermaken en dan kijken we hoever we kunnen reiken. Naar mezelf toe kan ik de doelstelling bijstellen, maar dat hoeft niet naar de spelersgroep toe.”
Waarom zou Roda geen Europees voetbal halen?
“Dat heeft niemand mij ooit horen vertellen. Ik heb alleen gezegd dat wij nog niet rijp zijn. Maar als je mijn wens wilt horen: natuurlijk, graag! Je streeft het hoogste na, die ambities hebben we ook. Je moet wel realistisch blijven. We hebben zes nieuwe jongens en die moeten ingepast worden. Ze zijn zeker talentvol, maar het kost tijd. Als deze groep nog een paar jaar bijeen is, wil ik zien wat erin zit.”
Als u over Roda praat, bent u altijd zo enthousiast dat het gespeeld lijkt.
“Nee, absoluut niet. Sorry dat ik het altijd zo positief breng, maar ik steek al mijn energie in de club waarvoor ik werk. Je gelooft toch niet dat ik iedere dag dat enthousiasme kan uitdragen. Ik heb ook weleens mijn dag niet, maar dan laat ik dat zo min mogelijk merken.”
U benadrukt altijd dat het rustig is bij Roda JC. Zo sterk dat je de situatie al bijna gaat wantrouwen.
“Natuurlijk gebeurt er binnen Roda ook heel veel.Het is een bedrijf en daarin heb je meningsverschillen. Maar ik probeer de club naar buiten toe op een positieve manier te presenteren. Ik vind dat problemen niet op straat moeten liggen. Ik wil alles intern bespreken, omdat ik denk dat elk probleem in goed overleg opgelost kan worden. Dan ga ik weer uit van het positieve in de mens.”
Uit:VI 51/52, 22 december 1993
Foto's: Robert Collete
|