|
Met de prachtvoorhoede Vermeulen-Nanninga-Van der Lem haalde Roda JC in het seizoen 1975/76 voor het eerst in haar bestaan Europees voetbal. De ploeg uit Kerkrade bereikte de finale van de strijd om de KNVB-beker en mocht na een 1-0 nederlaag Europa in omdat tegenstander PSV die jaargang ook de landstitel pakte. 'Bert Jacobs had een super elftal bij elkaar gezocht', vindt Pierre Vermeulen, destijds linksbuiten van de Limburgse ploeg. 'Hij liet ons op z'n Engels spelen, met veel strijd, en dat sprak het publiek op Kaalheide enorm aan. Als wij het veld opkwamen merkte je al dat er op de tribunes een soort feestsfeer ontstond. De mensen wisten dat er iets ging gebeuren'.
Dat was voor een groot deel te danken aan het trio voorin, met Dick Nanninga als hoofdrolspeler. 'Op rechts kon Gerard van der Lem een mannetje uitspelen en op links deed ik dat', vertelt Vermeulen. 'Vervolgens gaven wij een voorzet en Dick kleunde er dan altijd wel in. Voor buitenspelers is het geweldig als je met zo'n spits mag voetballen. Dick kopte harder dan hij schoot, twee op de drie goals maakte hij met zijn hoofd. Hij wist ook: als wij een voorzet vanaf de zijlijn gaven kwam de bal bij de eerste paal, trokken we iets naar binnen dan legden we hem bij de tweede paal. Op een gegeven moment was dat een automatisme geworden'.
Vermeulen belandde al in de pupillen bij Roda JC en voltooide de jeugdopleiding. Trainer Bert Jacobs bezorgde hem een plek in het eerste elftal. 'Hij gaf me vertrouwen door van tevoren tegen me te zeggen dat het best kon voorkomen dat ik een kwartier lang geen bal kreeg,' zegt Vermeulen. 'Daardoor raakte ik niet in paniek als dat gebeurde, ik wist dat de trainer achter me stond. Een mannetje passeren heeft altijd in me gezeten, dat hoefde hij me niet te leren. Ik vind dat ook het mooiste van het voetbal: iemand passeren waardoor je een meerderheid krijgt en daaruit scoren. Dat geeft een ultieme kick'.
Vermeulen speelde in zijn tijd bij Roda JC en laten Feyenoord negen interlands. 'Dat hadden er veel meer moeten zijn', vind Dick Nanninga. 'Na Piet Keizer en Rob Rensebrink had je een tijdlang Pierre Vermeulen als linksbuiten in Oranje moeten hebben. Hij kon geweldig voetballen, maar wilde misschien nét iets te graag een mannetje voorbij. Ik weet nog dat hij als linsbuiten zes man voorbij dribbelde richting het middenveld. Het publiek stond op de banken. "Hoor je dat?", zei Pierre tegen me. "Mooi he?" Ja, zei ik tegen hem, maar als je nou eens de andere kant oploopt, kun je hem misschien nog in het doel schieten ook'.
Nanninga was een ongecompliceerde spits die er een dito levenswijze op nahield. 'Volgens mij was Dick nooit zenuwachtig', zegt Pierre Vermeulen. 'Heel down to earth, hij maakte zich niet al te druk. Maar als spits was hij niet te verdedigen. Je kon vóór hem gaan staan, maar dan liep hij dwars door je heen. En hij kon geweldig hoog springen.'
Nanninga speelde altijd met rugnummer 13. 'Dat ging op alfabet', vertelt de voormalige topschutter. 'Ik vond dat geen enkel probleem maar toen Gerard van der Lem werd aangetrokken kwam hij vóór mij in het alfabet en moest hij het shirt met nummer 13 aan. In de eerste wedstrijd kreeg hij een paar geweldige schoppen van zijn tegenstander. Toen heb ik het nummer maar weer van hem overgenomen. Wat maakt het nou uit met welk nummer je speelt?'
Jacobs gunde zijn spelers buiten het veld veel vrijheid, maar verlangde wel dat ze óp het veld presteerden. Pierre Vermeulen: 'Nanninga rookte zware shag. Jacobs vond dat geen punt, als Dick er zondags maar stond. We mochten van Jacobs op zondag- en maandagavond ook best Maastricht in om te gaan stappen - en dat deden we dan ook. Dat werd vaak erg laat. Maar op dinsdagmorgen stond er wél een duurloop gepland en Jacobs ontzag dan niemand.'
Nu waren de voorhoedespelers toevalligerwijs geen van drieën loopwonders. 'Ik liep samen met Gerard van der Lem en Dick Nanninga altijd achteraan', vertelt Vermeulen. 'Op dinsdag gingen we regelmatig naar de Brunssumerheide voor de duurloop. Dick was een keer geblesseerd en hoefde niet mee te lopen toen Gerard en ik het tempo weer eens niet bij konden houden. Op een gegeven moment was de groep echt uit zicht. Het werd donker en we zijn op de heide puur verdwaald. Pas 's avonds laat vonden we de weg terug. Die dag heb ik Gerard pas goed leren kennen, we hebben elkaar onderweg ons hele levensverhaal verteld. Toen we eindelijk bij Kaalheide aankwamen, brandde er op één kamer nog een lichtje: die van Bert Jacobs. Die had toch netjes op ons zitten wachten. Maar de volgende morgen ontkwamen we niet aan een straftraining.'
Jacobs veranderde het seizoen erop erg weinig aan zijn succesvolle team. 'We hadden dan ook een paar klassejongens rondlopen,' vind Vermeulen. Achterin bijvoorbeeld John Pfeiffer en Steen Ziegler, die later naar Ajax ging, en ook rechtsback Peter de Wit. Die gaf regelmatig een voorzet waar een doelpunt uitkwam. Op het middenveld was Dick Advocaat een belangrijke man en Johan Toonstra, die af en toe een heel belangrijke goal maakte.'
Het ongewijzigde team speelde in 1976 in het Europa Cup II-toernooi tegen de bekerhouder Anderlecht. 'Met Rob Rensebrink, Arie Haan, Jan Ruiter, Peter Ressel en Francois Vanderelst', weet Vermeulen nog. 'We werden uitgeschakeld door een paar doelpunten in de laatste minuten. Als je oudere fans tegenkomt beginnen ze nog áltijd over Anderlecht. Het wás ook fantastisch. Ik heb Bert Jacobs nooit zenuwachtig gezien, maar bij die wedstrijden was hij het wél. Hij wist echt niet meer of je soep nou met een vork of met een lepel moest eten.'
Het team
Reservedoelman Jo van der Mierden (57) werkte tot voor kort als beleidsadviseur onroerende zaken bij de gemeente in zijn woonplaats Kerkrade. Steen Ziegler (55) speelde in totaal 25 interlands voor Denemarken. Na zijn Ajax periode keerde hij weer terug naar zijn vaderland, waar hij onder meer een zaak in zonnehemels runde. Dick Nanninga zat in zijn Roda-tijd in de bloemsierkunst. Peter de Wit (55) woont in Kerkrade. Hij had vele baantjes, ondermeer als vrachtwagenchauffeur en in de kunstsector. Pierre Vermeulen (49) speelde ook voor Feyenoord en MVV en in Frankrijk voor Paris Saint-Germain, Tours en Angers. Hij runde ondermeer een hotel in Valkenburg en in de laatste vier jaar een tennispark in Maastricht. Vermeulen woont in Valkenburg. Johan Toonstra (54) werkt bij de belastingdiens en woont in Kerkrade en Gerard van der Lem (52) is assistent trainer bij Ajax en woonachtig in Nieuw Vennep. Verdediger Jos Dijkstra (60) heeft een schildersbedrijfje in zijn woonplaats Eindhoven. Bram Geilman heet nu Bram Gildeman en is zestig jaar. Gildeman doet administratief werk voor een bedrijf dat sportaccommodaties exploiteert en woont in Kerkrade. Hij is daarna begeleider van Jong Roda JC.
Middenvelder John Meuser (56) is werkzaam bij de belastingdienst en woonachtig in Brunssum en de Duitser Theo Offermans is inmiddels overleden. De voormalige middenvelder werkte onder meer bij een bandenfabriek. Verdediger/middenvelder Leo Ehlen (52) runde een café in zijn woonplaats Sittard. Trainer Bert Jacobs overleed in 1999 op 58-jarige leeftijd. Verdediger Henk Witjes (55) belandde in de horeca en trok enkele jaren geleden naar Thailand. Dick Advocaat (58) was ondermeer bondscoach van het Nederlands elftal en is nu coach van Zuid-Korea, dat zich plaatste voor het WK van 2006. John Pfeiffer (59) vond werk bij chemieconcern DSM. Hij woont in Berg aan de Maas.
Typed by RR
Bron: Voetbal International nummer 45
|