Het Roda-Hart
Op de eerste dag schiep God de aarde. Geloof het of niet. De rest van de week hield Hij zich met andere zaken bezig. Water, lucht, dieren en tot slot de mens. En op zondag verplichte rust. De boog kan immers niet altijd gespannen zijn.
Maar wat deed God in de nacht van zaterdag op zondag; wellicht na het nuttigen van de nodige glaasjes en in een bijzonder jolige bui? Ik verdenk 'm ervan dat-ie toen overging tot het creëren van de Heerlense vrijbuiter Wim Frijns, stadionspeaker en een meer dan verstokte fan van Roda JC.
Want Wim Frijns is gek. Een idioot. Het leuke is dat hij dat zelf toegeeft en het nog als een compliment ziet ook. Het leven is een feest, vindt Frijns, en dat zal iedereen weten. En met iedereen bedoel ik ook iedereen, want het lijkt wel alsof er niemand is die de lolbroek niet kent. Simon Tahamata en Jan Poortvliet fungeerden als getuige op zijn bruiloft, om maar eens wat te noemen.
Het aantal gefronste wenkbrauwen van collega-journalisten op de perstribune is inmiddels niet meer te tellen. ‘Het is weer gelukt! Roda heeft gescoord! Goal, goal, goal!' Wilde armbewegingen, Hollands accent; respectievelijk aangeboren en aangeleerd.
‘En Anastasiou brengt Roda daarmee op?' (Of Kone)
EEN, gilt het publiek. (Of twee, of drie, of vier.)
Frijns gaat uit zijn dak.
‘En RKC?' (Of Ajax, Feyenoord, PSV, Willem II, AZ.)
NUL! (Ook als de tegenstander wel al heeft gescoord.)
‘Danke!' (Frijns trekt de tweede lettergreep altijd wat langer.)
BITTE!
Wim Frijns gaat als een gek tekeer. Bijna onovertroffen. Alleen de Duitsers zelf kunnen het beter. En na de wedstrijd rap de auto in om zijn eigen kroeg op stelten te gaan zetten. Plaatjes draaien. Maar niet helemaal. Een nummer duurt bij Frijns dertig seconden. Hooguit 32. En schreeuwen en springen en joelen en meiden blosjes op de wangen bezorgen. Het moet één groot feest zijn. Frijns gaat voor dolle pret; haalt alles uit de kast.
En het is altijd druk. Zijn publiek kan er geen genoeg van krijgen.
Hoe dat komt?
Joost mag 't weten.
God zag in ieder geval dat het goed was.
Met dank aan Ivo Kok.