| Rapid Juliana Combinatie, kortweg Rapid JC, was een club van Heerlense financiers en overwegend Kerkraadse mijnwerkers. Karaktervolle koempels die in 1956 landskampioen van Nederland werden en in 1962 met Roda Sport fuseerde tot Roda JC. Oud-spelers Wiel Coerver, Piet Strolenberg, Sjef Mommertz en Giel Haenen blikken terug.
De monumentale bronzen mijnwerker kijkt stoïcijns over het marktplein van Kerkrade. D'r Joep, een eerbetoon aan de talloze arbeiders in de mijnindustrie, draagt een helm en houdt een lataarn in zijn rechterhand. In weer en wind herinnert hij de Kerkradenaar aan de vervlogen tijden waarin de kerk, de mijnbouw en het voetbal de peilers van de samenleving in de oostelijke mijnstreek vormden. Kerkrade kende in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw vier voetbalclubs die in de hoogste regionen van het Nederlandse amateurvoetbal verbleven: SV Juliana, SV Kerkrade (Minor), Chèvremont en SV Bleijerheide. Teams waarbij de mijnwerkers ontspanning vonden en die onderling met een gezonde rivaliteit kenden. Met name SV Bleijerheide met ondere andere Wiel Coerver, Heinz Schaffrath en Huub Janssen in de gelederen, was een technisch begaafde ploeg die aansprekend voetbal speelde.
Toen in 1954 de plannen ter invoering van het betaalde voetbal op tafel kwamen, zag Wiel Reiss van het automobielbedrijf Canton-Reiss in Heerlen een kans om in navolging van zijn vriend en collega in business Egidius Gied Joosten (Fortuna'54, Geleen) een profclub op te zetten. De zakenman Reiss stelde oud-scheidsrechter Drè Widdershoven aan als manager en haalde acht spelers van SV Bleijerheide over om te spelen voor de nieuwe semiprofclub Rapid'54. De overgebleven voetballers van SV Bleijerheide, SV Kerkrade en SV Juliana (Chèvremont besloot als amateurclub verder te gaan) voerden gesprekken nadat de KNVB aangaf de schulden van de verenigingen te saneren als besprekingen tot één grote fusieclub zouden leiden. De samenwerking leek vrijwel rond, maar nog geen dag later verwierpen SV Bleijerheide en SV Kerkrade het voorstel alsnog. Beide clubs vormden de nieuwe club Roda Sport, die in Kris Kerres een geldschieter vond. SV Juliana bleef als enige over en secretaris Casper Somers zag geen andere optie dan samen te gaan met Rapid'54. Die club aasde al langer op de spelers Johan Adang, Wiel Smeets en Sjef Mommertz. maar kreeg tot dan toe steeds nul op het rekest.
Rapid J(uliana) C(ombinatie) zag het levenslicht, Piet Strolenberg maakte de overstap van SV Kerkrade en trof bij Rapid JC nog twee andere spelers die niet van SV Bleijerheide afkomstig waren, Huub Bisschops (MVV) en Hein Stroucken (Sittardia). Bij gebrek aan een goede spits in Limburg contracteerde de club Noud van Melis, elfvoudig international van Eindhoven. De Hongaarse trainer Jozsef Vereb maakte plaats voor de Oostenrijker Ludwig Veg, oud-speler van WAC uit Wenen. Rapid JC beëindigde het eerste seizoen met een tweede plaats in de eerste klasse C, achter PSV.
Vlak voor het eind van het tweede seizoen (1955/1956) moest coach Veg na disciplinaire maatregelen wijken voor zijn landgenoot Victor Havlicek, die van MVV overkwam. Een vooruitgang was dat volgens Coerver, Strolenberg en Mommertz niet. 'Die Veg was een deugniet', oordeelt Coerver zelfs. 'Naarmate de kritiek van de spelersgroep toenam, was zijn positie niet langer houdbaar. De komst van Havlicek verergerde de situatie slechts. Die duldde geen tegenspraak en gaf ons slechts adviezen als "Trink und rauch nich zo viel, geh früh ins Bett und lass die Bälle laufen". De trainingen waren rampzalig: lopen, lopen en nog eens lopen. Daarna kwamen de medicinballen tevoorschijn, moesten we touwtje springen en over hordes jumpen. Het leek wel een atletiekclub. We waren blij als we aan het einde een partijvorm mochten doen'.
De prestaties van Rapid JC leden evenwel niet onder de matige trainingen. In het seizoen 1955/56 kwam Rapid JC uit in de hoofdklasse B, waarin het beslag legde op de tweede plaats die toegang gaf tot het spelen van kampioenswedstrijden. De Kerkraadse club had echter evenveel punten als SC Enschede, waardoor een beslissingsduel moest uitwijzen wie naast Elinkwijk de tweede vertegenwoordiger van de hoofdklasse B in de kampioenscompetitie werd. Op het terrein van NEC bleek Rapid JC na verlenging met 4-3 het sterkst. Thuis- en uitwedtrijden tegen Elinkwijk, NAC en Sparta volgden en weer eindigden twee ploegen gelijk: Rapid JC en NAC. Een extra wedstrijd in stadion De Vliert van BVV uit Den Bosch moest zaterdag 14 juli 1956 de beslissing brengen. Duizenden Kerkradenaren en Heerlenaren bemachtigden voor twee gulden vijftig een entreebewijs. Ze trokken naar het Brabantse land en zagen hun Rapid JC met 3-0 winnen door doelpunten van Noud van Melis (twee) en Hub Bisschops. De karaktervolle koempels waren kampioen van Nederland.
Twee mijnwerkersingrediënten, de grote verantwoordelijkheid voor het algemene, gezamenlijke belangen en het rotsvaste vertrouwen in de medespeler, zorgden voor een onderlinge vriendschap die zijn weerga niet kende. Rapid JC blonk uit als een technisch en tactisch homogeen team, dat voor niemand bang was. 'Clubs hadden angst om naar Kaalheide te komen', herinnert Strolenberg zich. 'We waren een hecht team van spelers die het voetbal op straat, op het schoolplein of in de wei tussen de koeienvlaaien hadden geleerd. We zagen geen kans om te studeren, de mijnbouw en de voetballerij was onze toekomst. We merkten langzaam maar zeker dat we iedereen aankonden. We hadden een enorm vertrouwen in elkaar en bekeken alles van wedstrijd tot wedstrijd. Niemand was te beroerd om een stapje extra te zetten en werk voor een ander op te knappen. Het kampioenschap was een mooie beloning voor alle inspanningen.'
Het Limburgs Dagblad bood het kampioensteam als cadeau een reis naar Zwitserland aan. Midvoor Giel Haenen, die met trainer Havlicek van MVV naar Rapid JC meekwam, maar pas in het volgende seizoen zijn opwachting maakte, mocht ook mee. 'Zo kreeg ik de kans om in de groep te worden opgenomen', vertelt Haenen. 'Ik was als 21-jarige reeds bedrijfsleider bij tegelfabriek Sfinx in Maastricht. Daardoor had ik net als Van Melis (door zijn status als international) een zekere persoonlijkheid en uitstraling die dat proces vergemakkelijkte. De Kerkraadse mentaliteit kenmerkte zich door een ons-kent-ons sfeertje . De mijnwerkers vormden een hechte groep die zich afzette tegen de kapitaalkrachtige elite uit Heerlen. Omdat een deel van mijn familie in Kerkrade woonde, wist ik hoe ik tactisch te werk moest gaan om in de groep te worden opgenomen.'
Vele geintjes in de spelersgroep sterkten de wederzijdse vertrouwensband tussen de voetballers. Linksvoor Huub Hanneman was de onbetwiste grapjas van het stel. 'Die vent kon je nooit serieus nemen', lacht Coerver. 'Alleen als hij geblesseerd was, had hij geen zin om poetsen te bakken. Maar anders was het één en al lol.' Haenen knikt instemmend. 'Tijdens die reis naar Zwitserland waren we onderweg om een wedstrijd tegen de Zwitserse kampioen te spelen. Van Melis sliep en Hanneman stopte een zakje met een opening in zijn mond, dat hij met suiker vulde. Van Melis begon in zijn slaap eraan te sabbelen, waardoor hij alle suiker innam. Toen het zakje leeg was, goot Hanneman er zout in, waarna Van Melis door een vreemde, mindere lekkere smaak werd gewekt. Het eerste wat hij deed, was Hanneman toespreken die schijnheilig op zijn plaats zat: "Dat heb jij gedaan"! Die grappen en de leuke manier waarop de spelers ermee omgingen, droegen hun steentje bij aan de prettige sfeer in het team'.
Het kampioenschap leverde Rapid JC een deelnamebewijs voor het Europa Cup I-toernooi op. Het roemruchte Rode Ster Belgrado maakte op 3 november 1956 zijn opwachting op Kaalheide. De regen zorgde ervoor dat slechts tienduizend toeschouwers - bij topwedstrijden vond het dubbele aantal vaak zijn weg naar het stadion - zagen hoe Rapid JC zich van een 1-3 achterstand terugknokte tot 3-3. Een gelijkspel lonkte, maar Rudinski bezorgde de gasten alsnog de overwinning (3-4). Vijf dagen later, tijdens de return in Belgrado, moesten Vroomen, Mommertz, Schaffrath, Smeets, Stroucken, Adang, Janssen, Van Melis, Bisschops en Hanneman het al snel stellen zonder Coerver die met een knieblessure uitviel. Wisselspelers waren nog niet toegstaan, Rapid JC moest met tien man verder. Doelpunten van Toplak en Kostic bepaalden de eindstand op 2-0, waardoor Rapid's Europese optreden beperkt bleef tot de eerste ronde.
'We waren al in de wolken met het behalen van Europees voetbal,'blikt Mommertz terug. 'De trainer besprak in de kleedkamer alleen maar de kwaliteiten van de tegenstander. Iedereen zat met open mond te luisteren en nog voordat er een bal getrapt was, keken we al tegen een psychologische achterstand aan.' Coerver vult furieus aan. 'Door het betoog van de trainer wisten wij niet wat we zelf waard waren. Pas om het veld kwam langzaam het besef dat we niet eens onder hoefde te doen voor Rode Ster. Maar toen was het al te laat'.
Na de succesvolle beginjaren eindigden Rapid op de elfde en twaalfde plaats. Het vertrek van Van Melis en Coerver, die met zijn 32 jaar al een routinier was, leidde de middelmatige periode in. De Limburgse mentaliteit had ook zijn aandeel, vindt Haenen, die als opvolger van Coerver de rood-witte clubkleuren verdedigde. 'Na het kampioenschap heerste er zo'n euforie dat het stapje extra er wel eens bij in schoot. Er was geen optimale inzet meer.' Nadat Frans Debruijn tijdens het seizoen 1958/59 Victor Havlicek opvolgde als trainer volgde er een kentering. Doordat de mars- en showwedstrijden van het Wereld Muziek Concours in het gemeentelijk sportpark (Kaalheide) plaatshadden, moest Rapid JC uitwijken naar het veld van Fortuna '54 in Geleen. Daar kwam Feyenoord met Ove Kindvall op bezoek. Haenen, die dat seizoen derde werd op de topscorerlijst achter Coen Dillen en Abe Lenstra, scoorde twee keer en zag Rapid JC tot tien minuten voor tijd met 3-1 voor staan. Twee blunders van Wiel Smeets en Sjra Jacobs bezorgden Feyenoord alsnog een gelijkspel. Maar wat belangrijker was dan de uitslag was het besef dat de ploeg weer tot groots voetbal in staat bleek.' Rapid JC eindigden uiteindelijk als tweede, op drie punten achter Sparta. In de strijd om de KNVB-beker moest Rapid JC pas in de halve finale op het terrein van NEC met 1-0 zijn meerdere erkennen in de latere bekerwinnaar VVV.
De puike prestaties in het seizoen 1958/59 bleek evenwel het laatste hoogstandje. In het begin van de jaren zestig eindigden Rapid JC achtereenvolgens als elfde, dertiende en achttiende. Die laatste notering betekende aan het eind van de voetbaljaargang 1961/62 - Adam Fischer was inmiddels trainer - het onvermijdelijke: degradatie naar de eerste divisie. Het vertrek en ouderdom van de spelers, het gebrek aan eigen jeugd en financiële moeilijkheden leidden de teneergang van de club in. Haenen, die destijds weer was teruggekeerd naar MVV, weet niet waaraan de geldzorgen kunnen worden toegeschreven. Wel herinnert hij zich dat het geld altijd rijkelijk aanwezig was. 'We hadden als een van de weinige ploegen in Nederland een heuse clubdress, een grijze broek en een blauw jasje. Als we een uitwedstrijd speelden, reisden we meestal op zaterdag af, waarna we in de duurste hotels verbleven. De clubleiding vond een fatsoenlijke overnachtingsplek een belangrijke voorwaarde voor een gedegen voorbereiding. In een hotel in Den Haag haalde Hanneman een van zijn grootste fratsen uit. Hij had een grote, bijna levensechte pop gekregen van de dochter van de eigenaar van het hotel. Die pop legde hij vervolgens in het bed bij de slapende manager Dré Widdershoven, waarna hij een foto maakte die hij opstuurde naar de vrouw van Widdershoven. Had die weer wat uit te leggen toen hij thuiskwam De wedstrijden zelf leverden ook nog premies op: een gewonnen duel was goed voor vijftig gulden, bij een gelijkspel kreeg je de helft en bij verlies hield je nog 15 euro over. Dat bedrag kreeg je ook voor een training. Ik verdiende zes- tot achthonderd gulden in de maand, net als mijn baan als bedrijfsleider'.
Trainingen hadden drie tot vier keer per week plaats. De mijnarbeiders werkten in ploegendienst en konden afhankelijk daarvan 's ochtends of 's avonds trainen. De combinatie werkte en zorgde in ieder geval voor lange, zware dagen. 'Ik vertrok elke morgen om zeven uur van huis', schets Haenen zijn dagindeling. 'Ik ging per fiets van Eijsden naar Maastricht om te werken in de Sfinx-fabriek. Om vijf uur 's middags nuttigde ik in de stationsrestaurantie van Maastricht een boterham en een kop melk, waarna ik de trein naar Heerlen pakte. De masseur van Rapid JC pikte me daar op met zijn auto en bracht me naar de training op Kaalheide. Als na afloop alles meezat, was ik rond half één 's nachts terug in Eijsden.'
Toen de mono-financierder Wiel Reiss geen andere geldschieters naast zich duldde, het aantrekken van nieuwe spelers te duur bleek en nog maar vierhonderd fans de tribunes bevolkten, benaderde secretaris Casper Somers DSM om te praten over een financiële injectie. De staatsmijnengigant zag brood in de sponsoring, maar had geen geld om twee clubs in de oostelijke mijnstreek te onderhouden. Somers overtuigde het gemeentebestuur van Kerkrade dat het betaalde voetbal bij de stad hoorde en bracht Wiel Reiss van Rapid JC en Kris Kerres van Roda Sport bij elkaar, wat op 27 juni 1962 leidde tot de fusieclub Roda JC. |