Komende wedstrijd
Zaterdag 5 juli 2008
Aanvang: 18:00 uur



Vorig Seizoen
Voorbeschouwing
Programma en stand
Laatste wedstrijd
Zondag 4 mei 2008
De Goffert



Fotoverslag
Nabeschouwing
De Media
Statistieken
Laatste Nieuws
Roda JC-Headliner

Interview Norbert Keulen

Hoe ben je bij Roda JC terecht gekomen?
’Ik wist dat de verzorger die hier voor mij was, wegging. Die heeft me dus ook daarover getipt. Ik ben vervolgens naar Roda JC gestapt, en werd zijn opvolger.’

Wat zijn je taken precies?
’Masseren en verzorgen. Ik neem aan dat iedereen wel weet wat masseren inhoudt. Het verzorgen houdt in: blessurebehandelingen, tapen, bandageren en de organisatie rondom te groep. Met organisatie rondom de groep bedoel ik dan alles wat met voeding en drank te maken heeft. Dat komt op mijn kap!’

Je bent natuurlijk verzorger van Roda JC, maar ben je niet ook het luisterende oor dat spelers vaak nodig hebben?
’Dat houdt verzorgen inderdaad ook in. Wij horen waarschijnlijk meer dan een trainer. Spelers durven vaak dingen niet te zeggen tegen de trainer, uit onvrede of angst voor het verlies van hun positie. Die dingen vertellen ze ons dan wel. Dan moet je vaak overwegen wat je wel en niet kunt doorvertellen. Van een trainer hoor je bijvoorbeeld ook dingen over spelers. En dan denk je ook wel: ‘Als ik het nu een beetje verpak, dan heeft die speler daar ook wat aan als ik hem dat vertel.’ Dat is een taak die zeker ook meespeelt in mijn beroep.’

Wat is het leuke aan je werk? En het minder leuke?
’Het leuke is dat je van je hobby je beroep hebt kunnen maken. En dat je de hele tijd met jongere jongens omgaat, waardoor je zelf ook geestelijk jong blijft. Minder leuk is eigenlijk niets. Natuurlijk vind je het niet leuk als je verliest of als er problemen binnen de groep zijn. Maar dat komt in elk ander beroep ook voor.’

Hoe ziet een wedstrijddag er voor jou uit? En een trainingsdag?
’Dat is verschillend, dat ligt eraan of het een uit- of een thuiswedstrijd is. Bij een thuiswedstrijd, ervan uitgaande dat je ’s avonds speelt, begin ik ’s middags thuis met het maken van shakes en drankjes. Die shakes zijn gewoon vloeibare voeding, die krijgen de spelers na de wedstrijd, omdat velen van hen dan geen zin hebben om te eten. Maar omdat je, voor je spieren en je blessures, binnen twee uur na de wedstrijd je voorraad koolhydraten moet aanvullen, zijn die shakes belangrijk. Ik ben dan twee tot tweeënhalf uur voor de wedstrijd op het stadion; dan kijk ik of de kleding klaarligt. En anderhalf uur voor de wedstrijd moeten de spelers daar zijn, en dan hoor ik wat ik nog moet doen. Sommigen willen dan getaped worden, of willen nog een massage hebben. En na de wedstrijd is het ook weer afwachten of je iets moet doen. Als er geen blessures zijn, dan kun je gaan douchen en ben je nog even in het spelershome. En zijn er wel blessures, dan moet je nog verzorgen. Bij een uitwedstrijd, afhankelijk waar die wedstrijd gespeeld wordt, heb je ook weer dit programma. Een trainingsdag verschilt ook niet zoveel. Je doet de gebruikelijke dingen; bandageren, tapen, masseren, en om half 6 ga ik dan naar huis. Het is bijna echt werken, haha’

Hoe verloopt de samenwerking met technische staf/ spelers?
’Die samenwerking verloopt goed. Ik heb met niemand problemen binnen de club. In mijn geval is het zo dat je een trainer voor je neus krijgt gezet, waar je mee moet werken. Dan is het afhankelijk van het karakter van die trainer of je veel of weinig persoonlijk contact hebt. Maar ik ben in dienst van de club, niet in dienst van de trainer. En dat kan ik tamelijk goed gescheiden houden. Als ik een trainer heb, die er zelf weinig moeite voor wilt doen, dan zal hij van mij ook weinig terugkrijgen. Ik ben er dan wel voor de club en de jongens, maar niet voor de trainer. Bij deze technische staf is het zo dat ze enorm veel tijd steken in Roda JC. Die komen ´s morgens als eerste naar binnen en sluiten ´s avonds de boel af, bij wijze van spreken. En dan ben je zelf ook bereid, meer voor die mensen te doen. Met de spelersgroep is het contact goed, anders had ik het hier niet zo lang volgehouden.

In wat voor opzicht verschilt Huub Stevens als trainer in vergelijking met 10 jaar geleden?
´Huub is een stuk rustiger en volwassener geworden. Toen Huub hier tien jaar geleden begon, kwam hij net van de jeugd van PSV. Roda JC was de eerste club waar hij met volwassen voetballers ging werken, dat merkte je ook aan hem. Hij wilde namelijk veel meer schoolmeester spelen als dat hij nu doet. Nu legt hij veel meer verantwoordelijkheid bij de spelers zelf. Door de ervaring die hij op heeft gedaan, is hij een stuk kalmer geworden. Natuurlijk is hij ook wel eens geëmotioneerd. Dat komt omdat hij een winnaar is en die winnaarmentaliteit in onze groep bij heel veel mensen niet aanwezig is. En op het moment dat het dan minder gaat met de club, is Huub teleurgesteld.´

Hoe is de samenwerking met de clubarts en de fysio?
´Heel goed! We hebben een heel goede medische staf die elkaar heel goed aanvult. We hebben ook onderling een goed contact. Dat is ook te zien aan het aantal blessures dat we hebben. En dat zijn er maar heel weinig wegens onze goede preventie. Blessures zul je in het voetbal altijd hebben, omdat het nu eenmaal een contactsport is. Maar ik bedoel nu meer spierblessures, die je door goed preventief werken kunt voorkomen. We hebben een technische staf die veel aandacht besteedt aan de warming up en de cooling down. Dat is in het verleden wel eens anders geweest.

Hoe beleef jij een wedstrijd?
‘Ik heb zelf gevoetbald, niet betaalt maar wel op amateurniveau. Dus ik weet hoe die jongens een wedstrijd ingaan. Je volgt natuurlijk het spelletje maar je concentreert je ook op wat er gebeurd. Aan de manier hoe iemand een duel aangaat, kun je vaak beoordelen of je echt het veld in moet als een speler op de grond ligt. Ik reageer nogal eens geprikkeld op scheidsrechters, maar dat gebeurde ook toen ik zelf nog voetbalde. Een scheidsrechter mag altijd wel een foutje maken, maar het moet niet van dat halfslachtige zijn. Ik vind Temmink bijvoorbeeld geen goede scheidsrechter, omdat hij een hautaine houding aanneemt. Vink heeft dat ook. Ze denken dat de toeschouwers en voetballers voor hen komen, maar dat is natuurlijk niet zo.’

Wat zijn je verwachtingen voor dit seizoen?
‘Wat zijn mijn verwachtingen of wat waren mijn verwachtingen? Voordat het seizoen begint, maak ik voor mezelf altijd een schema. Dan vul ik bij elke wedstrijd in of we winnen, gelijkspelen of verliezen. Dat klopt natuurlijk niet maar dat hoeft ook niet. Als het aantal punten maar kloppen aan het einde van het seizoen. Thuiswedstrijden tegen ploegen als NAC, NEC en Willem 2 moet je gewoon winnen, tenminste als je met de bovenste 6 wilt meedoen. En er kan eens een keer een uitschieter zijn maar dit jaar zijn dat er teveel. Ik lig dus achter op mijn verwachtingen maar daar zal toch wel verandering in komen.

Waar ligt de lage klassering op de ranglijst volgens jou aan?
’We hebben een voetballende groep met voldoende kwaliteit maar er staat geen team. Je moet mekaar helpen maar je moet ook kritisch op mekaar zijn. En beiden doen we niet. Met kritisch zijn, help je elkaar ook. Een speler moet een andere speler kunnen corrigeren, en niet omdat hij die een klootzak vind, maar omdat hij wil dat die speler die fout niet meer maakt, of meer inzet toont. En andersom moet hij dat ook bij mij doen. We hebben te weinig jongens die de persoonlijk hebben om een ander op hun nummer te zetten. Het zijn allemaal leuke jongens als het goed gaat, dan is het lachen, gieren en brullen. Maar als het slecht gaat dan helpen ze elkaar niet. Dat zal een beetje liggen aan de samenstelling van de groep. Er zijn teveel jongens die Roda JC als een tussenstation zien, jongens die geen hart hebben voor het gebeuren. Ik mis een stukje beleving’

Hoe denk je over de vele nationaliteiten binnen het team?
‘Dat vind ik een slechte zaak! Van mij mogen ze teruggaan naar vroeger. Toen mocht je 3 buitenlanders onder contract hebben, waarvan er 2 mochten spelen. En dat mag van mij nog wel opgeschroefd worden naar vijf buitenlanders. Maar van de elf basisspelers moeten er minstens zes Nederlander zijn. Dat geldt niet alleen voor ons, maar voor iedere club. We zijn gewoon enorm aan het overdrijven bij Roda.’

Wat vind je van de Rodasupporters?
‘Ik vind ze enorm kritisch. En ik heb er geen problemen mee als ze na de wedstrijd kritisch zijn. Maar in hun teleurstelling, en die is er natuurlijk als het niet goed gaat want die is er ook bij ons, zijn ze te snel te negatief. Je helpt een speler niet door te fluiten als hij een slechte pass geeft, want hij had ook liever een goede pass gegeven. Ik begrijp de teleurstelling dan wel n ook ik denk dan wel eens op de bank: ‘Godverdomme, wat ben je nou weer aan het doen’. Maar als je met duizend man gaat fluiten, dan help je die speler daar echt niet mee. Ik kom in heel veel stadions, en ik hoop wel eens dat onze supporters iets overnemen van de jongens uit Utrecht. Ook Utrecht speelt slecht wedstrijden maar daar stelt het publiek zich toch iets anders op.

Wat is het verschil tussen het Roda JC van 30 jaar geleden en het Roda JC van nu?
‘Dertig jaar, haha! Het spelletje zelf is veel fysieker en feller geworden. Het grootste verschil met dertig jaar geleden is natuurlijk dat er vroeger veel meer Nederlanders speelden, waarvan ook nog eens veel jongens uit de eigen streek. Die lagen qua mentaliteit veel meer op één lijn.’

Wat was voor jou het mooiste Rodaseizoen?
‘Het seizoen dat je als tweede eindigt is natuurlijk schitterend. Dat is het hoogst haalbare, want Roda zal nooit kampioen worden. Daar hebben we de financiele middelen niet voor. En het is ook schitterend als je een prijs pakt, zoals de Amstel Cup. Maar je hebt ook seizoenen erbij dat je geen prijs pakt, die toch mooi zijn. Ik kan me nog een seizoen met Korver als trainer herinneren, toen werden we maar 5e of 6e. Maar we voetbalden toen zo goed, en we scoorden vooral veel. Ik geloof dat we in 34 wedstrijden iets van 76 goals. We kregen er ook veel tegen. Maar als kijkspel en met de groep was het schitterend. Mooi is vaak afhankelijk van het resultaat.’

Met welke trainer heb je het liefste samengewerkt?
‘Dat is niet één persoon. Ik heb bijvoorbeeld heel graag samengewerkt met Bert Jacobs, Reker, Stevens, Vloet. Dat zijn mensen die heel veel uren in Roda steken, van het spelletje houden en niet zo afstandelijk zijn. Ik heb ook andere trainers meegemaakt.’

Welke speler is jou in al die jaren Roda JC het meeste bijgebleven?
‘John Erikson. Dat was een speler die niet oogde als een sportman. Elke tegenstander die hem zag, moest gedacht hebben: ‘Wat een simpele, daar speel ik even een lekker potje voetbal tegen.’ Hij was helemaal onverstoorbaar, kreeg 30 kansen in een wedstrijd, die daarvan 28 kansen miste maar die je nooit wisselde omdat hij in de 89e minuut een doelpunt kon scoren. Het was een voetballer die niet opviel maar wel altijd aanwezig was.’

Wat vond je van de "wonder"dokter de bandagist Coumans?
‘Toen ik de kans kreeg om bij Roda te komen werken, was Coumans hier. Coumans was de uitvinder van het bandageren. Hij was van beroep verpleger, en naderhand werd hij verbandmeester op de mijnen in Kerkrade. Omdat hij verstand had van blessures is hij bij Roda JC terecht gekomen. Hij is zich gaan ontwikkelen in de sport. Toen hij zich afvroeg of er niet iets aan die enkel- en knieblessures te doen was, is hij gaan denken aan bandageren. Hij is zich daar verder in gaan specialiseren, en opeens werden er in de sport steeds meer bandages gebruikt in plaats van gips. Want met een bandage bleef je mobiel. Ik heb enorm veel van Coumans geleerd en heb altijd prettig met hem samengewerkt.’

Wat is je merkwaardigste gebeurtenis met een scheidsrechter?
‘De keren dat ik van het veld gestuurd werd, blijven me toch het meeste bij. Maar ik kan me eigenlijk geen merkwaardige gebeurtenis met een scheidsrechter herinneren.’

Je bent nu al zo lang bij Roda JC, heb je tussentijds nooit gedacht aan een vertrek, of aan eventueel stoppen?
’In al die jaren is er maar één seizoen geweest waarin ik gedacht heb: ‘Als het volgend jaar zo wordt als het afgelopen jaar, dan ga ik op zoek naar iets anders’. Dat is aantal jaren geleden alweer, toen van Dijk en Leekens trainer waren bij Roda JC. Voor mijn gevoel een heel vervelend jaar. En niet omdat we zo laag geëindigd zijn toen, want dat gebeurde wel vaker. Alleen heb ik dat seizoen niet prettig gewerkt bij Roda. Ik ben nogal streekgebonden en ben dan ook trots op mijn Limburgse afkomst. Ik zal altijd dialect spreken tegen anderen. Ik kreeg tussentijds het aanbod om naar het buitenland te gaan maar dat trok me toch niet.

Hoe kijk je terug op periode Roda JC?
‘Ik hoop dat mijn periode Roda JC nog niet afgelopen is, want ik wil hier nog wel een aantal jaren blijven. Mijn periode tot nu toe is me aardig bevallen. Zou dat namelijk niet zo zijn, dan was ik nooit zo lang hier gebleven.’

Hoelang gaat Norbert Keulen nog door bij Roda JC?
‘Zeker tot mijn 65e jaar. Misschien wel een jaartje langer, zodat ik de 35 jaar vol gemaakt heb.’

Persoonlijke vragen:

Wat zijn je hobby’s?
‘Sport! Ik voetbal zelf nog steeds. En ik wandel heel erg graag.’

Wat is je favoriete vakantieland?
‘Heb ik niet. Mijn favoriete landen zijn landen waar ik kan ontspannen. Ik wil namelijk altijd van alles zien en dat hoeft niet in landen waar ze in behoeftige omstandigheden leven.

Wat is je favoriete boek?
’Romans. Een mooi boek is bijvoorbeeld de Da Vinci Code’.

Wat is je lievelingseten?
’Ik zal altijd eten proberen dat ik niet ken. Ik ben een gemakkelijke eter.’

Wat is je lievelingsmuziek?
’Ik vind de Dair Straits heel erg leuk. Gewone moderne muziek vind ik best aardig.

Wat is je favoriete geurtje?
‘Dat heb ik absoluut niet. Boss ruikt wel lekker’

Zijn er mensen binnen Roda JC, waar je ook buiten het hele voetbal gebeuren mee omgaat?
’Weinig. Ik ga er wel mee om maar het is niet zo dat we de regelmatig bij elkaar over de vloer komen. Ik heb namelijk één gezegde:’Ik heb geen vrienden’ Of je vrienden hebt, weet je pas wanneer het slecht met je gaat.

Norbert, bedankt voor het leuke en informatieve interview! We hopen je nog een aantal jaartjes bij 'ós Roda' te hebben!