Komende wedstrijd
Zaterdag 2 augustus 2008
Aanvang: 16:00 uur



Vorig Seizoen
Voorbeschouwing
Programma en stand
Laatste wedstrijd
Zaterdag 26 juli 2008
Heesen Yacht Stadion



Fotoverslag
Nabeschouwing
De Media
Statistieken
Laatste Nieuws
Roda JC-Headliner

Interview Hans Wiltenburg

Hoe ben je bij Roda JC terechtgekomen?
‘Naar aanleiding van een advertentie waarin zij een opvolger voor mijn voorganger zochten, heb ik geschreven naar Roda JC. Ik heb toen een gesprek gehad met toenmalig trainer Georges Leekens en Jos Rinkens, die toen nog clubarts was en Norbert Keulen. Twee dagen later was er een vervolggesprek met Wim Frösch erbij en Georges Leekens met de vraag wanneer ik kon beginnen. Dat was in oktober 2001 en ik viel gelijk met mijn neus in de boter. Want dat was het laatste jaar dat Roda Europees voetbal heeft gespeeld. Dat was gelijk een hele mooie serie met Tel Aviv, Bordeaux en als hoogtepunt AC Milaan.’

Wat zijn je taken precies?
‘Ik houd me bij Roda JC bezig samen met de clubarts en Norbert Keulen met het bekijken wat voor blessures er zijn ontstaan. Een stukje diagnostiek, wat is er nu eigenlijk aan de hand. Met het behandelen van de blessures. Samen met de arts bekijken of er aanvullende onderzoeken moeten gebeuren en hoe we dit gaan aanpakken. Waar wordt de speler naartoe gestuurd. Ik houd me bezig met de krachttraining bij de club, dat is nu een beetje mijn stokpaardje met al die nieuwe spullen die we hebben gekregen. Ik ben verantwoordelijk voor de conditionele testen.We zorgen er met de medische staf voor dat we al die testgegevens presenteren aan de trainers zodat die er hun voordeel mee kunnen doen en weten welke speler iets meer nodig heeft van dit of van dat. Dat is zo’n beetje mijn takenpakket. Verder houd ik me bezig met een clubje fysiotherapeuten binnen het betaalde voetbal. We komen een paar keer per jaar samen en praten dan over nieuwe ontwikkelingen binnen ons vakgebied en over blessures. We hebben daar ook een opleidingscommissie waar ik ook in zit. Dus ik heb een heel breed takenpakker. Daarnaast zijn we nog een beetje luisterend oor voor de spelers maar ook voor de trainers. Wat dat betreft hebben we een beetje een ambivalente functie. We zijn er voor de spelers, maar ook voor de trainers. Je hoort heel veel en dat probeer je dan te filteren. Want er zijn dingen die de spelers niet aangaan, maar ook die de trainers niet aangaan. En dat is dus ook een vertrouwensfunctie. Dat vertrouwen moet je dus ook niet beschamen door dingen rond te gaan vertellen.’

.marcel meeuwis

Wat is het leuke en minder leuke aan je werk?
‘Het leukste is het werk zoals ik dat net heb beschreven. De enorme diversiteit in het werk. Het leukste vind ik persoonlijk om geblesseerde spelers weer terug te brengen op hun oude niveau. Dat geldt voor korte blessures maar zeer zeker ook voor lange blessures, kijk naar Kevin van Dessel. Dat is toch wel heel bijzonder om zo iemand terug te kunnen brengen. Ik vind het leuk om buiten op het veld te staan met spelers. Vind het leuk om een stukje eigen ervaring uit mijn topsport tijd over te kunnen brengen op spelers. Wat minder leuk is van het werk vind ik niet zozeer de onregelmatigheid van het werd, maar wel dat we rond de feestdagen moeten voetballen. Voor de rest zijn het vooral leuke dingen!’

Hoe ziet een trainingsdag voor je uit?
‘Bij een trainingsdag moet je het onderscheid maken of we één of twee keer trainen. Als we twee keer per dag trainen ben ik ‘s ochtends om half 9 op Kaalheide en kleed ik me om en begin met een kopje koffie. Meestal is Norbert dan ook al hier. De geblesseerde spelers komen al iets eerder binnen dan de andere groep. Dan beginnen we al met behandelen en wordt er wat getaped voor een training. Tussen 9 en half 10 informeer ik de trainers dan wie wel en niet meetraint, of apart traint of een gedeelte meedoet. Dan ga ik om 10 uur naar buiten met de geblesseerde of naar de krachtruimte. Of in het geval van Kevin ga ik met hem zwemmen. Of ik ga wat anders met ze doen. Aan het einde van de training is er weer wat ruimte voor verzorging en eten we en ’s middags ziet het programma er dan eigenlijk weer hetzelfde uit. Tussendoor komen steeds andere dingen zoals nieuwe blessures, overlegsituaties, plannen van afspraken, je kunt het zo gek niet bedenken. Het is heel gevarieerd.’


En hoe ziet een wedstrijddag voor je uit?
‘Op een wedstrijddag is het zo dat als we op zaterdag voetballen de geblesseerde spelers op zaterdag ochtend nog apart kunnen trainen. Dat komt echter niet zo heel vaak voor. Maar voor een wedstrijd ben ik meestal 2,5 uur van te voren daar. Dan kan ik met Norbert samen op ons gemak alles klaarzetten. Tijd om even rustig wat te babbelen,even met de trainers wat kortsluiten en daarna is het tijd voor wedstrijdvoorbereiding. Dat is vooral tapen, mentaal de zaak op scherp zetten en dan moeten ze voetballen. En dan hoop je dat in de wedstrijd niet veel gebeurt want dan hebben wij een rustige dag. Maar als er veel gebeurt moeten er dingen geregeld worden na de wedstrijd. Als er iets ernstigs is moet je of naar het ziekenhuis of onderzoeken gaan plannen in het ziekenhuis en dan loopt zo’n dag weleens uit. Je merkt wel na zo’n wedstrijddag de ontlading. We zijn allemaal een beetje leeg. Je merkt dat ook bij de trainers. Gewonnen of niet gewonnen, nu is het even op. Morgen is er weer een nieuwe dag. Maar na een wedstrijd zoals tegen Ajax kom je er sneller bovenop dan als je een mindere wedstrijd hebt gespeeld. Maar dan heb je weer een hele week om je opnieuw op te laden.’

Hoe verloopt de samenwerking met de technische staf/ spelers?
‘Goed! Als je kijkt naar de samenwerking met technische staf, moet je er rekening mee houden dat je altijd een nieuwe technische staf hebt. Waar wij naar streven is om een continuïteit binnen de medische staf neer te zetten op gebied van testen, krachttrainingen meten. Deze technische staf heeft zich heel sterk gemaakt om meer met krachttraining te doen. Met name Huub Stevens en Raymond Atteveld hebben zich daarin sterk gemaakt bij de directie, wat geresulteerd heeft in de nieuwe apparatuur. Dus die samenwerking gaat heel goed. Ik vind het wel een pré dat je zelf de taal van de kleedkamer spreekt. Dat je weet wat er te koop is. We hebben te maken met een hele eigen voetbalcultuur, die je niet kunt vergelijken met de cultuur van volleyballers of hockeyers. Elke sport heeft zijn eigen sportcultuur en dat is ook goed. Ik ervaar de samenwerking met de trainers als zeer prettig, ze zijn wel heel direct maar het is toch prettig. We kunnen elkaar recht in de ogen kijken.
De spelersgroep is ook altijd weer anders. Ik vind dat we een hele goede groep hebben. Niet dat de andere jaren een mindere groep was, maar het is altijd weer anders. Dat is allemaal maatwerk. Het zijn individuen met allemaal hun eigen verhaal. Als er geen goede omgang zou zijn met de groep, wordt je positie gewoon heel erg moeilijk. Dus de samenwerking is wel heel erg belangrijk. En dat heeft weer te maken met een stukje vertrouwen.’

Hoe is de samenwerking met de clubarts en Norbert Keulen?
‘Heel goed! Ik vind het ontzettend jammer dat Mark Weijts geen clubarts meer is. De samenwerking is niet geheel verbroken, maar hij is niet meer officieel clubarts. Ik heb vijf fantastische jaren samen met Mark gewerkt. Ik had veel steun aan hem. Hij had veel nieuwe ideeën, we hebben samen wat mooie dingen kunnen neerzetten. Mark kreeg het drukker met zijn praktijk en is dus gestopt met Roda JC en dat respecteer ik. En dan moet je op zoek naar een opvolger en dat is Rutger Sanders geworden. Hem ken ik nog uit mijn handbaltijd. Ik hem Rutgers vader als clubarts gehad. Rutger is erg gedreven en erg kundig op het gebied van met name sportgeneeskunde. Daar heb ik alle vertrouwen in. En na deze korte periode merk je al dat het gewoon klikt. Ook met de technische staf en met Norbert Keulen. En Norbert is een monument binnen de club. Hij is al meer dan 30 jaar hier bij de club. Hij heeft veel spelers en ook trainers zien komen en gaan. Hij kent het klappen van de zweep. Je moet hem een beetje kennen. Ik denk dat wij een beetje als vier handen op een buik zijn. We kunnen met elkaar lezen en schrijven. We zijn het niet altijd met elkaar eens, maar dan gaat het vaak vakinhoudelijk. Maar de ideeën die wij over sport hebben, daar liggen we redelijk op een lijn. We hebben ook wel een beetje dezelfde instelling. Al het werk wat Norbert in het verleden gedaan heeft op het gebied van de was, de kleding, noem maar op. Ik heb altijd goed gekeken. En als Norbert op een keer een wedstrijd niet zou kunnen, kan ik het best van hem overnemen. Dat vind ik wel belangrijk en andersom ook.’

Hoe help je een speler mentaal door een zware revalidatieperiode heen?
‘Door hem steeds het einddoel voor ogen te houden. We weten de fases waar hij doorheen moet, we weten de periodes waarin het goed gaat, maar ook dat er weer terugslagen kunnen komen. We praten daar met de speler over en waarschuwen hem ook ervoor. Door hem een keer flink te laten schelden en vloeken als het een keer minder gaat. Maar hem daarna toch weer op te pakken en zeggen: ‘Dit hebben we gehad, we gaan nu weer verder.’ Er word dan één stap achteruit gezet om vervolgens weer twee vooruit te gaan. Het is vooral veel praten en er zijn voor een speler als hij je nodig heeft. Je moet gewoon zorgen dat je er bent voor ze.’

Hoe beleef jij een zware blessure van een speler?
‘Vervelend. Ik probeer het wel zoveel mogelijk te objectiveren. Er zijn nu een aantal zware blessures. Kijk naar Kevin. Het is een jonge gast. Hij is er bijna twee jaar uitgeweest. En twee jaar op de 15 jaar van je carrière is gewoon heel veel. En heel vervelend. We proberen ze wel voor ogen te houden dat het allemaal weer goed gaat komen. En ze moeten zich ervoor inzetten om het ook goed te laten komen. Maar ik vind het verschrikkelijk als iemand geblesseerd raakt. Ook kleine blessures zijn vervelend.’

Wat is de ergste blessure die je ooit behandeld hebt?
‘Phoe. Dat is moeilijk. Ik denk dat voor voetballers afgescheurde banden de meest vervelende blessures zijn. Dat vind ik de ergste blessure, want die duren het langst en hebben de meeste invloed op een speler. Maar als je praat over wat de meest spectaculaire blessure is, dan denk ik even terug aan de blessure van vorig jaar van Texeira (RKC Waalwijk). Die kwam in botsing met Cissé, waardoor zijn kuit helemaal opensprong en half naar buiten hing. Dat is voor iemand waarbij het gebeurd heel erg om te zien, maar na twee weken had hij de loop- en fietstraining alweer hervat. Dat is een kwestie van hechten en klaar. Ik schrik echter niet zo snel van ernstige blessures.’

Roda JC heeft relatief weinig blessures. Hoe komt dat volgens jou?
‘Dat komt door de goede manier van trainen van de technische staf. Dat was ook onder de vorige technische staf. Maar tegenover andere clubs hebben wij inderdaad relatief weinig spierblessures. Dat heeft vooral te maken met een goede balans tussen rust en arbeid. De spelers klagen vaker erover dat we veel te hard trainen, maar toch hebben we weinig blessures. Dat komt door de balans tussen belasting en belastbaarheid. Dat komt door de trainers maar ook door de ruggespraak met de medische staf. Dat is weer de luisterfunctie van ons tegenover de spelersgroep. Als er bepaalde signalen uit de spelersgroep komen dan gaat er terugkoppeling naar de spelers. Dan gaan we testen doen om te kijken of spelers overtraind dreigen te raken. Als dat het geval is grijpen we in. Dat is de belangrijkste reden dat we zo weinig blessures hebben.’

Wat zijn je verwachtingen voor dit seizoen?
‘Wij hebben geen verstand van voetbal, dat zeg ik gewoon hardop. Onze verwachtingen zijn wel hooggespannen. Ik denk dat we dit jaar een heel goede groep hebben met veel voetballend vermogen. En ik heb altijd gezegd dat als je je als Roda zijnde toch kunt meten met de subtop, dan denk ik dat er iets heel moois kan ontstaan dit seizoen. Wij hopen natuurlijk ook dat we nog eens Europees voetbal gaan spelen. Maar we zullen het wel zien. Er is meer beleving bij de groep, we hebben goede voetballers erbij gekregen om het vertrek van andere jongens op te vangen. Ik denk dat we een goede groep hebben op dit moment. Een leuke groep ook. Ze stralen plezier uit op het veld als in de kleedkamer en ook daarbuiten. Dus de verwachtingen zijn toch wel hoog gespannen.’

Hoe beleef je een wedstrijd?
‘Ik wil altijd winnen. Voetbal draait om details. Je verliest een wedstrijd op details. Het is leuk om je steentje te kunnen bijdragen om die details beter te krijgen. Dat kun je doen door hersteltraining met spelers of door er met hem erover te praten. In de wedstrijd zit natuurlijk ook emotie. Maar ik zit er wel als de fysiotherapeut op de bank. Op het moment dat er blessures zijn moet je meteen kijken hoe je het het snelst kunt oplossen. Samen met de clubarts en Norbert Keulen. Daar ligt de taak voor ons en dan voel je ook de druk. Een speler mag niet te lang naast het veld liggen, dan hoor je ook de trainer schreeuwen. Dan moet je toch rustig blijven en je werk blijven doen. Dan gaat het het snelste.’

Hoe combineer je je praktijk met Roda JC?
‘Heel moeilijk! Ik heb het uitbesteed aan medewerkers in mijn praktijk. Als we op een dag maar één keer trainen doe ik zelf ook patiënten binnen de praktijk behandelen. Roda JC kost heel veel tijd, maar het lukt me allemaal wel. En het is ook heel leuk om te doen.’

Sport je zelf?
‘Ik heb jarenlang gehandbald. Ik ben daardoor ook naar Limburg gekomen. Vanuit Aalsmeer naar Sittardia, V&L, Sittard en weer V&L. Ook nog een jaar in België. Van mijn 18e tot mijn 28e voor Oranje gespeeld. Twee WK’s meegemaakt. Elk jaar Europees gespeeld. Heel veel gereisd en gezien van Europa en de wereld. Daarnaast heb ik ook nog gelopen, triatlons. Ik tennis. Maar dat alleen recreatief. Ik ben geïnteresseerd in alle takken van sport. Ik ski graag. Ik heb vroeger ook waterpolo gespeeld. In mijn CIOS tijd heb ik ook atletiek gedaan. Fysiek wordt het allemaal wat minder met de jaren, maar ik doe wel nog altijd mee.’

Wat vind je van de supporters?
‘Bij elke club geldt dat het leuk is als de supporters massaal achter hun ploeg staan. Dat heb je ook gezien met de sfeeracties rondom Ajax. Dat is fantastisch. Ik kan me de hoogtepunten en de teleurstellingen van supporters ook wel voorstellen. Het is ook wel eens moeilijk om te zien dat als een speler niet dat brengt wat het publiek graag ziet, dat hij dan word uitgefloten. Dat is pijnlijk voor de speler en ook pijnlijk voor ons. Ik ken dan vaak de achtergrond waarom de spelers niet presteert. Maar dan zou het publiek hem net dat steuntje in de rug kunnen geven door hem aan te moedigen. Ik heb geen probleem met de supporters. Ik vind het een fantastische club met een fantastisch stadion.’

Is er nog iets wat je kwijt wil?
‘Ik hoop dat ik nog heel lang dit werk kan en mag doen. Er is wel eens gezegd dat we cultuurbewakers hebben binnen de club, daar is Norbert er één van. Hij zit hier al bijna 33 jaar. Ik ben gekomen toen ik 38 was en het zou mooi zijn om Norbert achterna te gaan. Ik zal hem nooit meer inhalen, maar het zou wel mooi zijn om een stuk continuïteit in mijn werk kunnen leggen. Mijn werk binnen de medische staf is nog niet af. Ik denk dat we het niet onaardig doen, maar het kan wel altijd beter. Ik hoop dat ik daar mijn steentje nog aan kan bijdragen.’


Persoonlijke vragen:

Wat zijn je hobbys?
‘Fotograferen, mijn kinderen en gezin. Sporten in de breedste zin van het woord. Ik kook heel graag. Lezen op zijn tijd, maar dan vakliteratuur.’

Wat is je favoriete muziek?
‘Ik heb een hele brede smaak. U2, the Cure. Maar klassiek luister ik ook.’

Wat is je favoriete film?
‘Dat is wel een moeilijke vraag. Ik vind de trilogie van The Godfather heel mooi. Met name het acteerwerk van Marlon Brando, Robert de Niro en Al Pacino. Mijn favoriete acteur is toch wel Al Pacino. Maar ook Once up on a time in the west, is een echte klassieker. Ik houd van de Engelse humor. Mister Bean, Black Adder. Laurel en Hardy, dat is zo leuk.’

Wat is je lievelingseten?
‘Ik heb niet iets speciaals. Maar de Italiaanse keuken vind ik wel lekker. Maar mijn lievelingsgerecht is van mijn moeder. Maar dan maakt ze stoof aal in botersaus. Dat is zo lekker! Ik eet eigenlijk wel alles, ik probeer ook alles.’

Wat is je favoriete vakantieland?
‘Italië. Maar ik zou ook graag wat meer van de wereld willen zien. Daar ben ik nog niet echt aan toegekomen. Ik ben vroeger vaak in Frankrijk geweest. Maar met Italië heb ik heb meeste, met name de Toscane. Maar ook Nederland. Ik ben afgelopen zomer gaan zeilen met de kinderen op het Ijsselmeer en de Waddenzee. Dat wil ik gaan uitbreiden. Volgend jaar is de planning om alleen maar op de Waddenzee te gaan. En dan erna de Duitse Waddeneilanden en een stukje Denemarken. En het jaar daarna, dan zijn de jongens wat groter, richting Engeland met ze. Dat is fantastisch. Ik kom uit de kop van Noord- Holland dus ik ben eigenlijk op het water opgegroeid.’

Ben je gelovig?
‘Ik ben in de kerk getrouwd. Mijn moeder is Luthers en mijn vader Katholiek. Die doen niets meer aan hun geloof. Mijn kinderen zijn gedoopt. Ikzelf ben dat niet. Ik denk dat ik voor mijn doen vaak in de kerk kom. Ik ben wel gelovig. Ik geloof dat er zeker meer is tussen hemel en aarde. Ik interesseer me heel erg in het heelal. Ik vind het ook heel mooi dat mensen kracht uit hun geloof kunnen halen in moeilijke tijden. Maar geloof brengt ook veel ellende, kijk maar naar de oorlogen. Dat vind ik de mindere kant van het geloof. In tijden dat het met mij wat minder gaat, richt ik me ook tot boven.’

Hoe is je gezinssituatie?
‘Ik woon in Hulsberg. Ik ben getrouwd met Monique en heb twee jongen van 8 en 12 jaar. We tennissen allemaal. De jongens zitten op voetbal.’

Met wie van Roda JC ga je buiten het werk het meeste om?
‘Het is niet zo dat wij bij elkaar de deur plat lopen. Het is wel zo dat je met bepaalde jongens een betere band krijgt door dat je veel met elkaar werkt. Ik heb nog steeds contact met Berglund, sporadisch contact met Cristiano. Ik heb een erg warm contact met Kevin van Dessel, Ger Senden en Mark Luijpers. Met de medische staf. Met Jan Paul Saeijs heb ik heel leuk contact mee. Maar ik heb net zo een warm contact met de anderen binnen de kleedkamer. Eric Addo heb ik nog contact mee. Maar ik loop bij niemand de deur plat om het zo maar te zeggen.’

 

Hans, bedankt voor dit gezellige interview!