1987-1990
In 1987 vindt de oprichting plaats van de Stichting Amsterdam Sportstad met als doel het bevorderen van de topsport in de regio Amsterdam. In opdracht van deze stichting wordt een plan ontwikkeld voor een nieuw stadion dat gelegen is boven de Burgemeester Stramanweg in Amsterdam zuidoost. Het betreft een ontwerp van een stadion:
• Met ruimte voor 55.000 toeschouwers;
• Met twee parkeerlagen voor stadion en evenementenhal, tevens voor openbaar gebruik (kantoren);
• Dat is gebouwd op 8 meter 40 boven maaiveld, deze gedachte is niet nieuw maar reeds eerder toegepast in Stadion Monaco (Louis II);
• Met alleen zitplaatsen, allen overdekt.
Door de locatie boven de Burgemeester Stramanweg, dient de huidige verkeerssituatie aangepast te worden door middel van een tunnel voorziening. Problemen die zich voordoen bij het ontwerp zijn onder meer de toegankelijkheid en het beheer en het separeren van de verkeersstromen.
In 1988 wordt het Sportcomplex Amsterdam BV opgericht. Sportcomplex Amsterdam BV geeft McKinsey de opdracht tot het vervaardigen van een 'ondernemingsplan'. Enige kenmerken waaraan dit plan dient te voldoen zijn dat het stadion kwalitatief hoogwaardig van ontwerp dient te zijn ('state of the art'), er bij de opzet van de financiering een groot eigen vermogen noodzakelijk is en dat het belang wordt ingezien van comfort voor het publiek. Het bestaande plan uit mei van dat jaar wordt aangepast van een stedelijke naar een 'weide' lokatie (Strandvliet).
Mei 1990
In grote lijnen ontstaat dan het ontwerp zoals het stadion uiteindelijk gebouwd wordt. Dit ontwerp met een speciale evenementenhalte (tussen station Bijlmer en station Strandvliet) is zowel gebaseerd op het ontwerp van het Olympisch Stadion uit 1986 als op het ontwerp van de Stichting Amsterdam Sportstad, met als kenmerken:
• Het ontwerp is Olympisch van opzet, met een atletiekbaan;
• De stadionligging is loodrecht op en naast de Burgemeester Stramanweg;
• Het stadion is volledig overdekt;
• Het stadion is state of the art (skyboxen, restaurants, afwerking, etc.);
• Een Hoofdgebouw (met restaurants, zalen, een museum, etc.).
Het plan voor een separate evenementenhal naast het stadion, verbonden middels een viaduct over de Burgemeester Stramanweg, blijft bestaan. Ajax wenst een snelle beslissing over de toekomst van het nieuwe stadion. Hun eigen stadion voldoet niet meer en voor de toekomst is een uitbreiding noodzakelijk. Gezien de opzet van het stadion (state of the art) en de te verwachten problemen bij de financiering van zowel stadion als de evenementenhal, wordt besloten het project verder zonder de evenementenhal uit te voeren. Om de gebruiksmogelijkheden van het stadion te vergroten wordt het voorzien van een schuifdak. Immers, in het stadion worden ook andere (sport)evenementen georganiseerd. De korte zijden zijn geschikt als amfitheater. Het te verwachten investeringsniveau is op dat moment fl. 239 miljoen. De gemeente Amsterdam, Ajax en ABN AMRO leggen als investeerders/financiers de financiële basis onder het stadion. De bijdrage van de gemeente ad fl. 60 miljoen, is daarin van substantieel belang. Door middel van uitgifte van aandelen wil men een groot deel van de overige benodigde financiering binnenhalen. Op 14 december 1990 start de aandelenemissie.Dan breekt de Golfoorlog uit en de aandelenemissie levert niet het gewenste resultaat op. Om die redenen worden in het ontwerp bezuinigingen aangebracht, te weten:
• Het wordt een stadion zonder atletiekbaan, met een kleinere buitenomtrek;
• Er komt een aangepaste hoofddraagstructuur (met vier verticale hoofddragers);
• De beweegbare kap wordt geoptimaliseerd, en gaat open via de langsrichting in plaats van de dwarsrichting;
• Er komen 600 parkeerplaatsen onder het stadion;
• Er komen 50.000 zitplaatsen (kuipstoelen) in het stadion.
Een en ander levert een besparing op van circa fl. 40 miljoen. Door de Bouwcombinatie(Ballast Nedam Utiliteitsbouw en BAM Bredero Bouw) wordt aangegeven dat het stadion op deze manier voor fl. 202 miljoen kan worden gebouwd.
Eind 1991
Ten aanzien van de locatie Strandvliet ontstaan problemen tussen de gemeente Ouder-Amstel en de gemeente Amsterdam. Het stadion wordt namelijk precies gebouwd op de scheiding van beide gemeenten en Ouder-Amstel wenst niet op voorhand 'ja' tegen de bouw van het stadion te zeggen, zonder op de hoogte te zijn van de uitkomsten van een aantal rapporten (waaronder vooral het MER-rapport). Intussen is mede in het kader van de zienswijze met betrekking tot de bereikbaarheid van de binnenstad een duidelijk aangepast vervoersbeleid ontstaan in Amsterdam. De revenuen van het historisch ontwerpproces van het stadion (zie periode 1987-1990) worden uitgebuit en dit leidt ertoe dat het stadion verplaatst wordt naar de lokatie Burgemeester Stramanweg (dubbel grondgebruik). Het begrip Transferium komt dan aan de orde, een hoogwaardige overstapplaats van auto naar diverse vormen van het openbaar vervoer.
Februari 1992
De Raad van Commissarissen van Stadion Amsterdam NV gaat akkoord met de bouw van het stadion. De financiering is nagenoeg rond. De bouwprijs ad fl. 202 miljoen wordt herbevestigd door de combinatie van aannemers, bestaande uit Ballast Nedam Utiliteitsbouw en BAM Bredero Bouw (samen gevoegd tot Bouwcombinatie Stadion Amsterdam).
April 1992
De gemeenteraad gaat akkoord met het plan: een stadion met Transferium boven de Burgemeester Stramanweg op basis van investeringskosten voor het stadion van fl. 202 miljoen en investeringskosten voor het Transferium van fl. 63 miljoen.
Juni 1992
Er volgt een studie door stedenbouwkundigen naar de gevolgen van een overbouwing van de Burgemeester Stramanweg. Deze studie leidt ertoe dat het stadion dwars boven de weg wordt gebouwd op 8 meter 40 boven het maaiveld en met onder het stadion twee parkeerlagen met in totaal circa 2.000 plaatsen. Tijdens de bouw dient de aandacht uit te gaan naar: • Verkeersstromen en ontsluiting;
• Trappenhuizen;
• Beheersbaarheid;
• Veiligheid;
• Draagstructuur en stedelijke omgeving;
• Aansluitende plintbebouwing (en doorbreking ervan door trappenhuizen).
Maart 1993
De Raad van Commissarissen besluit tot de bouw van het stadion op basis van de vaste prijsafspraken met de Bouwcombinatie en het rond hebben van de financiering. Op 10 maart 1993 neemt de gemeenteraad van Amsterdam definitief het besluit tot de bouw van het stadion en het Transferium, onder het beding dat de gestelde randvoorwaarden niet worden overschreden.
Juni 1993
De gemeenteraad stelt het voorlopige bestemmingsplan vast.
Augustus 1993
Op 27 augustus 1993 wordt de bouwvergunning door de gemeente Amsterdam verstrekt.
Oktober 1993
Op 20 oktober 1993 wijst de Raad van State de ingediende verzoeken tot schorsing van de bouwvergunning af. Vervolgens wordt met de Bouwcombinatie Stadion Amsterdam overeenstemming bereikt over het contract en de bouwkosten.
November 1993
Voorafgaand aan het slaan van de eerste paal op 26 november 1993 worden in het hoofdkantoor van de ABN AMRO in Amsterdam zuidoost de foundercontracten getekend tussen Stadion Amsterdam NV en de Grolsche Bierbrouwerij Nederland B.V., Philips Nederland B.V., PTT Telecom BV (tegenwoordig KPN Telecom) en Bouwcombinatie Stadion Amsterdam v.o.f., bestaande uit Ballast Nedam Utiliteitsbouw en BAM Beredero Bouw. Wethouder Louis Genet (gemeente Amsterdam) slaat de eerste paal van het stadion, annex Transferium. In het informatiecentrum op de bouwplaats zijn maquettes, alsook tekeningen en schetsen van het stadion, het Transferium en van het gebied rond het stadion te bezichtigen.
Februari 1995
Met het omhoog vijzelen van de 2.400 ton wegende hoofddraagconstructie van het dak, wordt op 24 februari 1995 het hoogste punt van het stadion bereikt (op ongeveer 75 meter boven maaiveld). Gezien het feit dat dit een gevaarlijke klus is krijgen alle bouwvakkers die niets met deze klus te maken hebben een dag vrij. De Raad van Commissarissen maakt op 27 februari 1995 bekend dat de heer Jan Gaasterland met ingang van juli 1995 de directie van Stadion Amsterdam NV als directie-voorzitter komt versterken.
Maart 1995
Door werknemers in de bouw wordt er een staking voor onbepaalde tijd uitgeschreven. De werkzaamheden aan het stadion, daar waar het de bouwvakkers en stukadoors betreft, worden per 15 maart 1995 stilgelegd. De overige werkzaamheden vinden normaal doorgang. Op zaterdag 18 maart 1995 wordt het bereiken van het hoogste punt officieel gevierd in aanwezigheid van de aandeelhouders, vertegenwoordigers van de founders en overige gasten. Tevens wordt door de vice-voorzitter van de Raad van Commissarissen Stadion Amsterdam NV, de heer mr. F.G.H. de Grave, alsmede door de voorzitter van AFC Ajax, de heer Michael van Praag, de nieuwe naam van het stadion onthuld, te weten Amsterdam ArenA.
April 1995
Na een stakingsperiode van vijf weken, worden de werkzaamheden op 18 april hervat. Hiermee is de bouwstaking voorbij. Om verloren tijd in te halen werken de bouwvakkers en stukadoors twee keer zo hard.
Mei 1995
Alle 1300 certificaten van aandelen B (business seats) zijn verkocht. Naar aanleiding van de nieuwe naam van het stadion Amsterdam ArenA wordt door de Amsterdamse Village Company B.V. (Arena Sleepin Amsterdam) een kort geding aangespannen tegen het voeren van de naam Amsterdam ArenA door Stadion Amsterdam NV.
Juni 1995
De uitspraak van het kort geding Arena Sleepin - Amsterdam ArenA, op donderdag 29 juni 1995, valt uit in het voordeel van de Amsterdam ArenA. Het stadion mag de nieuwe naam blijven voeren. Door een tekort aan ruimte in het Hoofdgebouw van het stadion wordt besloten tot het bouwen van een Entreegebouw tegen het Hoofdgebouw aan.
Juli 1995
Op 5 juli 1995 worden op de bouwplaats van de Amsterdam ArenA vier nieuwe foundercontracten getekend met de ABN AMRO, Amsterdam RAI BV, Coca-Cola Nederland B.V. en de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij (SENS). Op dezelfde datum wordt met een banksyndicaat (ABN AMRO, Westland/Utrecht Hypotheekbank N.V., Credit Lyonnais Bank Nederland N.V. en De Nationale Investeringsbank N.V.) een leningsovereenkomst voor een bedrag van fl. 72 miljoen afgesloten (fl. 55 miljoen voor het stadion en fl. 17 miljoen voor het Entreegebouw). De heer Jan Tilmans geeft aan zijn functie als directeur bij de Amsterdam ArenA met ingang van 1 november 1995 te zullen neerleggen in verband met de start van een eigen sportadviesbureau.
September 1995
Op zaterdag 16 september 1995 is er op de bouwplaats van het stadion een open dag voor aandeelhouders. Ongeveer 2.000 mensen zijn getuige van de voortgang van de bouw. Er wordt bij deze gelegenheid bekend gemaakt dat de Amsterdam ArenA in principe de beschikking zal krijgen over een mobiele grasmat. Hiermee krijgt de omschrijving multifunctioneel een extra dimensie. De rollen worden omgedraaid: het is een stadion zonder grasmat, behalve als er een evenement plaatsvindt waarvoor de grasmat benodigd is. Het gras kan in bakken van drie bij twaalf meter het stadion in en uit worden gereden. Op die manier groeit het gras buiten door terwijl er binnen een evenement plaats vindt.
Oktober 1995
Ook de uitspraak van het hoger beroep Arena Sleepin - Amsterdam ArenA valt in het voordeel van de Amsterdam ArenA uit. Op 9 oktober 1995 wordt bekend gemaakt dat de heer Henk Markerink met ingang van 1 november 1995 de heer Jan Tilmans zal opvolgen als directeur van de Amsterdam ArenA.
Januari 1996
Het definitieve besluit voor de grasmat wordt genomen. In tegenstelling tot eerdere berichten komt er geen mobiele grasmat. Besloten wordt tot de aanleg van het zogenaamde PAT-systeem: Prescripion Athletic Turf dat wordt geïmporteerd uit Amerika en is ontworpen speciaal voor intensief gebruik van een grasmat. Het is een vaste grasmat waaronder een systeem van buizen en detectie-apparatuur wordt aangebracht. De conditie van het gras kan door middel van computers voortdurend worden geregeld. Tijdens grootschalige evenementen wordt het gras vacuüm getrokken en afgedekt met terraplas waardoor het, zonder dat het aangetast raakt, ongeveer vijf dagen bedekt kan blijven. Meerdaagse evenementen worden hierdoor mogelijk. In het begin van de maand wordt begonnen met de installatie van het dak dat uit twee delen bestaat. Eén zo'n deel is 40 x 118 meter en weegt 520 ton. Het deel wordt door twee kranen met een hefvermogen van 400 ton en een hoogte van 100 meter naar een hoogte van zo'n 70 meter gebracht. Dit heeft nogal wat voeten in de aarde, mede daar de installatie zeer afhankelijk is van het weer. De temperatuur moet boven nul zijn en de windkracht maximaal kracht vijf. Eind januari slaagt men erin alle delen te plaatsen, waarna men verder gaat met de montage. Begin maart zal het dak voor de eerste maal gesloten worden.
Februari 1996
Alle rondleidingen die vanuit het informatiecentrum op de bouwplaats georganiseerd worden zitten vol. Besloten wordt extra ruimte te creëren in de huidige planning. Half februari zitten deze extra rondleidingen eveneens vol. Dagelijks stromen de aanvragen voor rondleidingen binnen, de interesse blijkt overweldigend. Vanwege strenge en aanhoudende vorst heeft men een aantal weken op minimale kracht moeten werken, waar mogelijk is echter doorgegaan met de bouwactiviteiten. Hieruit spreekt de motivatie van alle bouwmedewerkers. Waar normaal in de bouw een ziekteverzuim van 6 à 7 procent normaal is, is dit in de Amsterdam ArenA nog geen 2 procent.
Maart 1996
Op 13 maart openen 240 oud-olympiërs, waaronder Hein Vergeer, Fanny Blankers-Koen, Marjolein Eijsvogel en Ada Kok, tijdens hun jaarlijkse bijeenkomst symbolisch de fly-over. De fly-over is de verbinding tussen de doorgaande weg en het ArenA dek, het parkeerdek op niveau 2 met 600 parkeerplaatsen. Door middel van deze fly-over is het voor vrachtwagens, ambulances en andere voertuigen mogelijk het veld te bereiken. Met de groenbeplanting op de Boulevard rondom het stadion wordt een start gemaakt. Een twintigtal lindebomen afkomstig van het Museumplein in Amsterdam worden op het terrein bij de Amsterdam ArenA geplaatst. Verder wordt er een groot aantal nieuwe bomen geplant. April 1996 Inmiddels is de betonnen bak waarop het speelveld komt te liggen gereed. Dit betekent dat men kan beginnen met de aanvoer van zand en vervolgens met de aanleg van het PAT-systeem. De hiervoor benodigde buizen worden op een laag plastic gelegd. Onder deze laag plastic ligt een zandlaag en over de buizen komt wederom een laag zand. Op 12 april vindt er een persconferentie plaats waarin een gedeelte van het programma van de officiële opening van het stadion bekend wordt gemaakt. Onder belangstelling van 100 genodigden wordt door middel van een CDI-presentatie verteld wat men kan verwachten tussen 14 en 25 augustus 1996. Op 27 april gaat voor het eerst het schuifdak open en dicht. Dit moment wordt bijgewoond door een minimaal aantal bezoekers in verband met de veiligheid. Het dak sluit geruisloos en perfect op de noodbediening. De reguliere machines, waarmee het dak in de toekomst zal worden geopend en gesloten, zijn nog niet geïnstalleerd. Vanwege de aanhoudende grote belangstelling voor rondleidingen, wordt besloten om ook 's avonds een aantal rondleidingen in te plannen. Binnen een aantal dagen zitten de nieuwe rondleidingen wederom vol. Na een laatste run op certificaten van aandelen E zijn deze onverwacht snel uitverkocht. Op dit moment zijn er alleen nog certificaten van aandelen D te verkrijgen.
Mei 1996
Begin mei wordt gestart men het inzaaien van het gras. Hiervoor gebruikt men een speciale samenstelling van zand en graszaad voor een mooie groene grasmat. Op 15 mei wordt de 100.000ste betalende bezoeker in het stadion verwelkomd. Op 25 mei is er een open dag voor certificaathouders. Ongeveer 7.000 mensen worden in de gelegenheid gesteld de laatste vorderingen van de bouw te zien alvorens het stadion officieel wordt geopend in augustus. |